De rechtbank Midden-Nederland behandelde het verzoek van een persoon geboren in 1995 om het geslacht in de geboorteakte te wijzigen naar 'X' en de voornaam aan te passen. Hoewel er geen wettelijke grondslag bestaat voor een non-binaire geslachtsregistratie, oordeelde de rechtbank dat het onderscheid in de wet tussen binair en non-binair niet objectief gerechtvaardigd is, verwijzend naar internationale mensenrechtenverdragen.
De verzoeker overlegt geen deskundigenverklaring, wat wettelijk wel vereist is voor transgenderpersonen, maar de rechtbank stelt dat genderbeleving geen objectief vast te stellen gegeven is en dat de duurzame overtuiging van de verzoeker voldoende is. De rechtbank concludeert dat de verzoeker sinds 2016 non-binair is en sinds 2020 de nieuwe voornaam gebruikt. De wijziging zal rust en duidelijkheid geven in het dagelijks leven van de verzoeker.
De rechtbank gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand om de geboorteakte te verbeteren met de geslachtsaanduiding 'X' en de nieuwe voornaam. De wijziging heeft geen gevolgen voor bestaande familierechtelijke betrekkingen. Verzoeken tot uitvoerbaarheid bij voorraad worden afgewezen. Het vonnis is uitgesproken op 22 april 2024.