Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN- NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
- de bekennende verklaring van [verdachte] ter terechtzitting van 16 januari 2024;
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte van 13 augustus 2022, genummerd PL1300-2022168999-16, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 1] , werkzaam bij de politie Eenheid Amsterdam
proces-verbaal van aangifte, houdende de verklaring van aangever [benadeelde 1] , onder meer inhoudende, zakelijk weergegeven:
proces-verbaal van aanvullend verhoor aangever, houdende de verklaring van aangever [benadeelde 1] , onder meer inhoudende, zakelijk weergegeven:
verklaring van [verdachte], afgelegd ter terechtzitting van 16 januari 2024, onder meer inhoudende, zakelijk weergegeven:
proces-verbaal van verhoor getuige, houdende de verklaring van getuige [getuige 1] , onder meer inhoudende, zakelijk weergegeven:
proces-verbaal van verhoor getuige, houdende de verklaring van getuige [getuige 2] , onder meer inhoudende, zakelijk weergegeven:
proces-verbaal van bevindingen, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
proces-verbaal van aangifte, houdende de verklaring van aangever [slachtoffer 1] , onder meer inhoudende, zakelijk weergegeven:
proces-verbaal van verhoor aangever, houdende de verklaring van aangever [slachtoffer 1] , onder meer inhoudende, zakelijk weergegeven:
verklaring van [verdachte], afgelegd ter terechtzitting van 16 januari 2024, onder meer inhoudende, zakelijk weergegeven:
proces-verbaal van verhoor verdachte, houdende de verklaring van verdachte [medeverdachte 1] , onder meer inhoudende, zakelijk weergegeven:
proces-verbaal van bevindingenonder meer het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven:
proces-verbaal van vooronderzoek lab, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
deskundigenrapportage Forensisch DNA-onderzoek, onder meer inhoudende, zakelijk weergegeven:
proces-verbaal van bevindingenonder meer het volgende gerelateerd, zakelijk weergegeven:
5.BEWEZENVERKLARING
woonkamer", en
en
doorzocht op kostbare goederen, en
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
medeplegen van opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is.
telkens, diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels.
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF EN MAATREGEL
- een jeugddetentie van zesenzestig dagen, met aftrek van het voorarrest;
- een plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (PIJ-maatregel), geheel voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, onder de volgende bijzondere voorwaarden:
- een de verdachte betreffend uittreksel justitiële documentatie van 1 april 2024, waaruit volgt dat [verdachte] op 12 juli 2022 door deze rechtbank, locatie Lelystad, is veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van honderd uur, waarvan de helft voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, met oplegging van bijzondere voorwaarden;
- een Pro Justitia-rapport van 20 februari 2023, opgemaakt door mevrouw S. Pantelić, kinder- en jeugdpsycholoog;
- een aanvullend Pro Justitia-rapport van 26 maart 2024, opgemaakt door voornoemde mevrouw Pantelić;
- een Pro Justitia-rapport van 29 december 2023, opgemaakt door mevrouw I.E. Troost, kinder- en jeugdpsychiater;
- een rapport van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) van 10 januari 2024, opgemaakt door de heer M. van der Kolk, raadsonderzoeker;
- een aanvullend rapport van de Raad van 27 maart 2024, opgemaakt door voornoemde de heer Van der Kolk;
- een rapport van de William Schrikker Jeugdbescherming en Jeugdreclassering (hierna: WSJJ) van 3 december 2023, opgemaakt door mevrouw K. Kruissen;
- een aanvullend rapport van de WSJJ van 27 maart 2024, opgemaakt door voornoemde mevrouw Kruissen.
9.BENADEELDE PARTIJ
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
11.BESLISSING
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;
- verklaart verdachte strafbaar;
- veroordeelt verdachte tot
- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de jeugddetentie in mindering zal worden gebracht;
- legt aan verdachte op
- bepaalt dat de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen
- stelt daarbij een proeftijd van twee (2) jaren vast;
- als voorwaarden gelden dat verdachte:
social mediagebruik, waarbij hij inzage verleent in zijn computer- en telefoongebruik, zolang de jeugdreclassering dit nodig acht;
dadelijk uitvoerbaarzijn;
- wijst de vordering van [benadeelde 1] toe tot een bedrag van € 650,- bestaande uit materiële schade;
- veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [benadeelde 1] van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 augustus 2022 tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [benadeelde 1] aan de Staat € 650,- te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 augustus 2022 tot de dag van de volledige betaling. Bij gebreke van betaling en verhaal wordt er geen gijzeling toegepast;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- wijst de vordering van [slachtoffer 1] toe tot een bedrag van € 3.663,13, bestaande uit € 163,13 materiële schade en € 3.500,- immateriële schade;
- veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [slachtoffer 1] van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente:
- vanaf 30 augustus 2022 over een bedrag van € 3.551,58;
- vanaf 17 september 2022 over een bedrag van € 89,95;
- vanaf 10 oktober 2022 over een bedrag van € 41,60
- verklaart [slachtoffer 1] wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op € 250,- en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
- legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat € 3.663,13 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente
- vanaf 30 augustus 2022 over een bedrag van € 3.551,58;
- vanaf 17 september 2022 over een bedrag van € 89,95;
- vanaf 10 oktober 2022 over een bedrag van € 41,60,
- wijst de vordering van [slachtoffer 2] toe tot een bedrag van € 58,- bestaande uit materiële schade;
- veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [slachtoffer 2] van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente
- vanaf 1 september 2022 over een bedrag van 9,95;
- vanaf 9 oktober 2022 over een bedrag van 48,05
- wijst de vordering van [slachtoffer 2] voor wat betreft het meer gevorderde af;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 2] aan de Staat € 58,- te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente:
- vanaf 1 september 2022 over een bedrag van 9,95;
- vanaf 9 oktober 2022 over een bedrag van 48,05,