De werknemer was sinds november 2021 in dienst bij de werkgever als Business Development Manager op basis van een tijdelijke arbeidsovereenkomst die in oktober 2023 eindigde. De werkgever besloot de overeenkomst niet te verlengen vanwege een verstoorde arbeidsrelatie en een mismatch, wat door de kantonrechter als legitieme reden werd beoordeeld.
De werknemer vorderde een hogere transitievergoeding, inclusief bonussen over 2022 en 2023, en een billijke vergoeding wegens ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever. De kantonrechter oordeelde dat de werkgever een transitievergoeding van €4.860,00 had betaald en dat bonussen niet meetellen bij de berekening van de transitievergoeding. Bovendien was er geen sprake van ernstig verwijtbaar handelen dat een billijke vergoeding rechtvaardigt.
De kantonrechter verwierp de stellingen van de werknemer over het belemmeren van zijn functie en het ontnemen van zijn netwerk. De vrijstelling van werkzaamheden en het ontzeggen van toegang tot systemen waren volgens de rechter onderdeel van het beëindigingsproces en niet verwijtbaar. De werknemer werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten en de wettelijke rente daarop.