ECLI:NL:RBMNE:2024:2431
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen WOZ-waarde woning ongegrond verklaard door rechtbank
De rechtbank Midden-Nederland heeft op 12 april 2024 uitspraak gedaan in het bestuursrechtelijke beroep van eiser tegen de WOZ-waarde van zijn woning vastgesteld door de gemeente voor het belastingjaar 2022.
Eiser stelde dat de vastgestelde WOZ-waarde van €214.000 te hoog was en voerde onder meer aan dat de gebruiksoppervlakten volgens de BAG niet overeenkomen met die in de taxatiematrix en dat er een fout zat in de liggingstoekenning van een referentiewoning. Verweerder handhaafde de waarde en overlegde een taxatiematrix met drie referentiewoningen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld, mede omdat de referentiewoningen vergelijkbaar zijn en de marktprijs per m2 passend is. De rechtbank volgde de uitleg van de taxateur dat de eigen WOZ-administratie mag worden gebruikt in plaats van de BAG-gegevens en dat de ligging van referentiewoning 3 correct als 3 is gekwalificeerd.
Daarom is het beroep ongegrond verklaard en krijgt eiser geen teruggaaf van griffierecht of proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde van de woning is ongegrond verklaard en de waarde blijft gehandhaafd.