ECLI:NL:RBMNE:2024:2432
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vaststelling WOZ-waarde woning ongegrond verklaard
Eiser maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van zijn woning, vastgesteld op €315.000,- per 1 januari 2021. Na afwijzing van het bezwaar stelde eiser beroep in tegen deze beslissing. Verweerder onderbouwde de waarde met een taxatiematrix waarin drie vergelijkbare woningen werden genoemd.
Tijdens de zitting gaf eiser aan de vastgestelde waarde voldoende inzichtelijk te vinden en betwistte hij deze niet meer. De rechtbank concludeerde daarom dat de WOZ-waarde terecht was vastgesteld. Eiser verzocht om proceskostenvergoeding vanwege een vermeende fout met de datum van een referentiewoning, maar dit werd onvoldoende geacht om vergoeding toe te kennen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, handhaafde de uitspraak op bezwaar en wees proceskostenvergoeding af. Eiser kan binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en de waarde blijft gehandhaafd op €315.000,-.