ECLI:NL:RBMNE:2024:2437
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond wegens niet-ontvankelijkheid bezwaar WOZ-waarden door te late indiening
In deze bestuursrechtelijke zaak staat de ontvankelijkheid van een bezwaar tegen WOZ-waarden centraal. Verweerder heeft op 31 januari 2022 de WOZ-waarden en bijbehorende aanslagen onroerendezaakbelasting vastgesteld voor zes adressen. Eiseres maakte bezwaar, maar dit bezwaar werd op 11 mei 2022 niet-ontvankelijk verklaard vanwege te late indiening.
Eiseres stelde dat het bezwaarschrift op 11 maart 2022 was gepost, terwijl verweerder een poststempel van 13 april 2022 overlegd heeft. De rechtbank oordeelt dat eiseres onvoldoende bewijs heeft geleverd voor tijdige verzending en gaat daarom uit van te late indiening. De termijn voor bezwaar eindigde op 14 maart 2022.
Verder heeft eiseres een verzoek om immateriële schadevergoeding ingediend wegens overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank stelt vast dat sinds ontvangst van het bezwaar op 14 april 2022 nog geen twee jaar is verstreken, zodat geen sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, wijst het verzoek om schadevergoeding af en ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter J.R. van Es-de Vries op 12 april 2024.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat het bezwaar te laat is ingediend en het verzoek om immateriële schadevergoeding wordt afgewezen.