ECLI:NL:RBMNE:2024:2451
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen openbaarmaking adresgegevens op grond van de Wet open overheid
Verzoeker heeft op grond van de Wet open overheid (Woo) verzocht om openbaarmaking van documenten omtrent een opdracht van de gemeente Utrecht aan een bedrijf. Het college heeft deze stukken gedeeltelijk openbaar gemaakt, waaronder adresgegevens van panden die verzoeker in privé-eigendom heeft. Verzoeker maakte bezwaar tegen de openbaarmaking van deze adressen en stelde dat dit zijn persoonlijke levenssfeer schaadt.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de adressen onderdeel zijn van de bestuurlijke aangelegenheid en essentieel zijn voor democratische controle. Anonimiseren is niet verenigbaar met de Woo-doelstelling. Bovendien woont verzoeker niet op de adressen en wordt hij niet onevenredig benadeeld door de openbaarmaking. De openbaar gemaakte documenten betreffen de opdracht en kosten, niet het handhavingsdossier zelf.
De rechtbank volgt het college in de belangenafweging en concludeert dat de persoonlijke levenssfeer van verzoeker niet in strijd met artikel 5.1, tweede lid, onder e, Woo wordt aangetast. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Verzoeker krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen openbaarmaking van adresgegevens wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.