Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
hierna: verdachte.
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
de rechtbank begrijpt: [medeverdachte]] heeft mij gebeld. We hadden daar afgesproken om te kijken wie die jongen was. Toen pakten we hem vast en belden we de politie. Hij werkte niet mee dus we hebben hem een paar rake gegeven. We gingen alleen verhaal halen. Hij reed vooruit dus ik ging voor hem parkeren om te zorgen dat hij niet vluchtte. We moesten hem gewoon pakken en hebben toen z'n ruiten eruit geslagen en de sleutel afgepakt. Ik zat in mijn eigen auto, een BWM X5.
de rechtbank begrijpt: getuige [getuige 1]] dat er een voorwerp de bosschages was gegooid door één van de verdachten. Ik zocht in de bosschages op de [straat] naast de geparkeerde voertuigen. Ik zag daar in het lange gras een wielmoersleutel liggen. Ik zag dat er op het uiteinde van deze wielmoersleutel kleine krasjes zaten. [5]
: ‘Nee dat klopt niet, gewoon vastgepakt. We kunnen toch niet platte klappen geven. Wij waren met acht of zo en hij alleen, dat kan niet’. Deze ontkenning acht de rechtbank niet geloofwaardig. De ontkenning mist overtuiging en het scenario dat het slachtoffer alleen is vastgepakt valt niet te rijmen met het letsel én met de verklaringen van de getuigen. Daarbij komt dat verdachte op zitting de geweldshandelingen niet heeft ontkend. Hij heeft hoofdzakelijk verklaard dat hij het zich niet meer kan herinneren. Op zitting heeft hij de juistheid van zijn eerste verklaring bij de politie evenmin weersproken, laat staan toegelicht waarom die verklaring niet juist zou zijn. Tegen deze achtergrond concludeert de rechtbank dat verdachte zelf geweldshandelingen heeft verricht. Verdachte heeft daarmee dan ook een wezenlijke bijdrage geleverd aan de openlijke geweldpleging.
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN HET FEIT
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
10.BESLISSING
taakstraf van 150 uren;
- de personenauto waarvan die [slachtoffer] de bestuurder was klem te rijden en/of
- een of meer portier(en) van de personenauto van die [slachtoffer] open te trekken en/of
- (vervolgens) terwijl die [slachtoffer] nog in de personenauto zat een of meer trappende en/of slaande bewegingen te maken naar die [slachtoffer] , althans in de richting van die [slachtoffer] en/of
- meermalen, althans eenmaal, te slaan en/of te schoppen op/tegen het hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer] en/of
- meermalen, althans eenmaal op/tegen de autoruiten van de personenauto van die [slachtoffer] te schoppen en/of te trappen en/of
- meermalen, althans eenmaal met een moersleutel, althans met een hard voorwerp, op de motorkap van de personenauto van die [slachtoffer] te slaan.