ECLI:NL:RBMNE:2024:2522

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
19 maart 2024
Publicatiedatum
24 april 2024
Zaaknummer
23/5886
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:8 AwbArt. 3:41 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens te late indiening tegen besluit gemeente Rhenen

Eiser heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de gemeente Rhenen van 12 oktober 2023. Volgens de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moet een beroep binnen zes weken na bekendmaking van het besluit worden ingediend. De beroepstermijn liep tot 23 november 2023, maar het beroepschrift werd pas op 29 november 2023 ontvangen.

Eiser stelde dat hij het beroepschrift op 21 november 2023 op de post had gedaan, maar de rechtbank vond dit niet aannemelijk omdat de poststempel op de envelop 28 november 2023 vermeldde en het beroepschrift niet aangetekend was verzonden. Hierdoor ontbrak bewijs van tijdige verzending.

De rechtbank oordeelde dat de termijn voor het indienen van beroep een fatale termijn van openbare orde is en dat het beroep zonder geldige reden te laat was. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

De uitspraak werd gedaan door rechter S.C.A. van Kuijeren op 19 maart 2024. Partijen kunnen binnen zes weken na verzending van deze uitspraak een verzetschrift indienen als zij het niet eens zijn met de beslissing.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening zonder geldige reden.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/5886

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 maart 2024 in de zaak tussen

[eiser] , te [woonplaats] , eiser,

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Rhenen, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser tegen het besluit van verweerder van
12 oktober 2023.

Overwegingen

1.De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Eiser is namelijk te laat met het indienen van beroep, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Een beroep moet worden ingediend binnen zes weken nadat het besluit bekend is gemaakt (artikelen 6:7 en 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). In artikel 3:41 van Pro de Awb staat hoe dat bekendmaken gebeurt.
3. In dit geval is het besluit bekendgemaakt op 12 oktober 2023. Het beroepschrift had dus uiterlijk op 23 november 2023 door de rechtbank ontvangen moeten zijn. De rechtbank heeft het beroepschrift ontvangen op 29 november 2023. Dat is dus te laat. De hoofdregel is dan dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het beroepschrift te laat door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eiser niets aan kan doen.
4. Eiser zegt dat hij het beroepsschrift op 21 november 2023 op de bus heeft gedaan. Waarom de brief vervolgens door de rechtbank op 29 november 2023 is ontvangen is voor eiser onbegrijpelijk. Juist vanwege de termijn van zes weken is eiser hier scherp op geweest. Eiser geeft aan dat hij het beroepsschrift wellicht aangetekend had moeten versturen en dat dit een les is voor de volgende keer. Het is namelijk de eerste keer dat hij beroep instelt bij de rechtbank.
5. Dit is geen geldige reden voor het niet op tijd instellen van het beroep. Het is onder deze omstandigheden de verantwoordelijkheid van eiser om op tijd beroep in te dienen. Tevens is uit de stukken niet gebleken dat eiser het beroepsschrift daadwerkelijk op
21 november 2023 op de post heeft gedaan. De poststempel op de envelop is gedateerd op 28 november 2023. De rechtbank gaat ervan uit dat het beroepschrift op 28 november 2023 en daarmee na het einde van de beroepstermijn op de post is gedaan. Het beroepschrift is dus niet tijdig ingediend. Het beroepsschrift is ook niet aangetekend verzonden waardoor enige bewijs van verzending op 21 november 2023 ontbreekt. Eiser heeft dus niet aannemelijk gemaakt dat het eerder op de post is gedaan. Verder overweegt de rechtbank dat de termijn voor het indienen van een beroepschrift een fatale termijn van openbare orde is. Dit betekent dat de duur van die termijn niet kan worden gewijzigd en het beroep zonder geldige redenen, zoals in dit geval, niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
6. Op grond van de beschikbare gegevens kan redelijkerwijs worden geoordeeld dat eiseres in verzuim is geweest. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk, zodat voortzetting van het onderzoek niet nodig is.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.C.A. van Kuijeren rechter, in aanwezigheid van
O. Asafiati, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 19 maart 2024.
De griffier is verhinderd deze
uitspraak te ondertekenen.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet in lokale belastingzaken

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. Digitaal verzet instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Verzet instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de rechtbank Midden-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, Postbus 16005, 3500 DA Utrecht.