Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2024:2569

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
23 april 2024
Publicatiedatum
25 april 2024
Zaaknummer
UTR 24/960
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens te late betaling griffierecht

Deze uitspraak betreft het beroep van eiseres tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een verzoek om herbeoordeling in het kader van de kinderopvangtoeslag.

De rechtbank heeft eiseres op 17 februari 2024 aangetekend verzocht het griffierecht van €51 binnen twee weken te betalen. Deze brief is op 20 februari 2024 bezorgd. Het griffierecht is echter niet tijdig ontvangen door de rechtbank, en eiseres heeft geen geldige reden voor de late betaling gegeven.

Volgens artikel 8:41 Awb Pro moet het griffierecht binnen de gestelde termijn zijn betaald om ontvankelijk te zijn. De rechtbank kan het beroep dan niet inhoudelijk behandelen en verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk op grond van artikel 8:54 Awb Pro.

Er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend. Omdat het griffierecht uiteindelijk wel is betaald, maar te laat, zal dit bedrag aan eiseres worden terugbetaald.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late betaling van het griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/960

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 april 2024 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] (Bondsrepubliek Duitsland), eiseres

(gemachtigde: mr. L. van Kasteren),
en

Belastingdienst/Toeslagen, verweerder

(gemachtigde: mr. [gemachtigde] ).

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep van eiseres tegen het niet tijdig nemen van een besluit op het verzoek om herbeoordeling (in het kader van de kinderopvangtoeslag).

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Eiseres heeft namelijk het griffierecht niet tijdig betaald, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Iemand die in beroep gaat moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In dit geval is het griffierecht € 51,-. De griffier van de rechtbank stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Het hele bedrag moet binnen die termijn zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of zijn betaald op de griffie van de rechtbank.
3. Als het griffierecht niet (op tijd) wordt betaald is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eiseres niets aan kan doen.
4. De rechtbank heeft eiseres op 17 februari 2024 een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat eiseres het griffierecht binnen twee weken moet betalen aan de rechtbank. Deze brief is volgens de track and trace bezorgd op 20 februari 2024.
5. De rechtbank heeft het bedrag niet op tijd ontvangen. Eiseres heeft daar geen reden voor gegeven.
6. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 Awb Pro). Het beroep zal niet inhoudelijk worden behandeld.
7. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake.
8. Omdat eiseres het griffierecht wel heeft betaald, maar te laat, zal dit aan haar worden terugbetaald.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Fijnheer, rechter, in aanwezigheid van E.J.H.C. Hui, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 23 april 2024.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.