Beoordeling door de rechtbank
Is het beroep ontvankelijk?
2. Iemand die namens een ander in beroep gaat moet, als de rechtbank daar om vraagt, een machtiging indienen waar in staat dat hij dat namens die ander mag doen. Dit staat in artikel 8:24 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Als dat niet gebeurt is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom er geen machtiging is ingediend. Het gaat dan om omstandigheden waar eiseres niets aan kan doen.
3. De rechtbank heeft de voormalig gemachtigde op 6 februari 2023 en op 5 februari 2024 (aangetekend) een brief gestuurd waarin staat dat hij binnen vier weken een schriftelijke recente machtiging moet toesturen, waaruit blijkt dat deze machtiging zich uitstrekt tot het verrichten van proceshandelingen en het aanwenden van rechtsmiddelen met een kopie van een geldig identiteitsbewijs van de ondertekenaar van de machtiging. De voormalig gemachtigde heeft namelijk bij het indienen van het pro forma beroepschrift een machtiging meegestuurd die dateert van januari 2017.
4. De reden dat de rechtbank een recente schriftelijke machtiging en een kopie van een geldig identiteitsbewijs wenst is gelegen in de omstandigheid dat de voormalig gemachtigde bij de rechtbank een veelvoud aan beroepszaken aanhangig heeft gemaakt, en het de rechtbank bij nadere bestudering van de aanwezige machtigingen is gebleken dat zij de beoordeling van de geldigheid daarvan niet kan uitvoeren. Niet alleen zijn de meeste machtigingen zeer oud, maar ook is in sommige gevallen de vermelde datum deels weggevallen of zijn wat vraagtekens gerezen bij de daarop geplaatste handtekeningen. Daar komt bij dat verweerder de rechtbank in een aantal zaken heeft geïnformeerd dat de eiseres in die zaken niet op de hoogte was van de door de voormalig gemachtigde geïnitieerde bezwaarprocedure. Verder blijkt uit een aantal uitspraken van rechterlijke instanties in den lande dat de door de voormalig gemachtigde ingediende machtigingen niet juist zijn. Dit alles maakte dat de rechtbank een extra controle heeft willen uitvoeren op het aanwezig zijn van een juiste machtiging.
5. De voormalig gemachtigde heeft de rechtbank vervolgens op 16 februari 2024 laten weten dat hij zich onttrekt als gemachtigde van eiseres. Op dat moment was deze zaak in overleg met hem al gepland op de zitting van 22 april 2024.
6. De rechtbank heeft in de Basisregistratie persoonsgegevens (Brp) de adresgegevens van eiseres geverifieerd. Omdat eiseres geregistreerd staat op het bij de rechtbank bekende adres, heeft zij op 7 maart 2024 eiseres per aangetekende post een brief gestuurd met de vraag of zij de beroepsprocedure wenst voort te zetten. In deze brief is eiseres geïnformeerd dat haar beroep wordt behandeld tijdens een zitting op 22 april 2024. Omdat eiseres hier niet op heeft gereageerd is aan eiseres op 9 april 2024 (aangetekend en per gewone post) een uitnodiging gestuurd voor de behandeling van de beroepsprocedure op 22 april 2024 op een zitting in Utrecht.
7. Eiseres heeft tot op heden niet gereageerd en is niet op de zitting verschenen. Het is de rechtbank dus niet duidelijk of zij het beroep wenst voort te zetten, en zo ja, waarom eiseres het niet eens is met het bestreden besluit.
8. Gelet op deze gang van zaken in dit dossier, de algemene verklaring van de voormalig gemachtigde op de zitting omtrent zijn werkwijze (kort samengevat: hij stelt beroep in in opdracht van de heer [A] van [bedrijf] B.V. en het is [A] die de machtigingen aanlevert. De voormalig gemachtigde controleert deze machtiging niet) én het beeld dat inmiddels bij de rechtbank is ontstaan van het merendeel van de beroepen die door de voormalig gemachtigde zijn ingediend (zie randnummer 9) en die zijn behandeld op de zitting van 22 april 2024, de rechtbank aan dat eiseres nimmer heeft beoogd onderhavige beroepsprocedure aanhangig te maken, dat zij de heer [gemachtigde] daartoe dan ook niet heeft gemachtigd en daarom geen procesbelang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het namens haar ingestelde beroep.
9. Op de zitting van 22 april 2024 stonden namelijk 41 beroepen gepland, die waren ingediend door de voormalig gemachtigde. Nadat de rechtbank hem meermaals de mogelijkheid heeft gegeven de verzuimen met betrekking tot de machtigingen te herstellen, heeft hij uiteindelijk drie beroepen ingetrokken en zich in 30 zaken onttrokken als gemachtigde. In tien van die 30 zaken heeft de voormalig gemachtigde geen recente (adres)gegevens van de eisers kunnen overleggen. Van de overige twintig eisers (van die 30 onttrekkingen) die de rechtbank heeft aangeschreven of gebeld, hebben er dertien laten weten niet op de hoogte te zijn van de beroepsprocedure en het beroep ingetrokken. Twee mensen hebben tijdens de zitting aangegeven de voormalig gemachtigde niet te kennen en hun beroepen alsnog ingetrokken. Vijf mensen hebben niet gereageerd.
10. De rechtbank is daarom van oordeel dat eiseres geen rechtens te beschermen belang (meer) heeft bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep. Het beroep van eiseres zal niet-ontvankelijk worden verklaard en het wordt niet inhoudelijk behandeld.
Verzoek om immateriële schadevergoeding
11. De rechtbank is verder van oordeel dat in dit geval naar haar aard geen sprake is van door eiseres geleden spanning en frustratie, aangezien eiseres niet kenbaar heeft gemaakt dat het verzoek om schadevergoeding op grond van overschrijding van de redelijke termijn gehandhaafd moet worden. Daarmee is naar het oordeel van de rechtbank niet voldaan aan het uitgangspunt als neergelegd in de rechtspraak over de overschrijding van de redelijke termijn, en dus is er ook geen reden om te beoordelen of de redelijke termijn van berechting is overschreden.
12. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Ook krijgt eiseres het namens haar betaalde griffierecht niet terug.
13. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.