ECLI:NL:RBMNE:2024:2587
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang en afwijzing schadevergoeding redelijke termijn
Eiseres heeft via haar voormalig gemachtigde beroep ingesteld tegen een besluit van de RDW betreffende een betalingsverplichting voor inschrijving in het kentekenregister. De rechtbank stelde vast dat de ingediende machtiging verouderd was en dat de gemachtigde zich op 16 februari 2024 had onttrokken aan zijn taak. Ondanks herhaalde verzoeken heeft eiseres niet gereageerd op oproepen om het beroep voort te zetten of een recente machtiging te overleggen.
De rechtbank concludeerde dat eiseres geen procesbelang heeft bij de behandeling van het beroep, mede gelet op de gang van zaken rondom de gemachtigde die in meerdere zaken onregelmatigheden vertoonde. Het beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard en niet inhoudelijk behandeld.
Daarnaast wees de rechtbank het verzoek om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn af, omdat eiseres geen concrete aanwijzingen gaf van door haar geleden schade of frustratie. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en het betaalde griffierecht werd niet teruggegeven.
De uitspraak werd mondeling gedaan op 22 april 2024 door rechter M. Eversteijn, waarna partijen werden geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen.