ECLI:NL:RBMNE:2024:2597
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken procesbelang en machtiging bij RDW-besluit
Deze bestuursrechtelijke zaak betreft een beroep dat door een voormalig gemachtigde namens eiser is ingediend tegen een besluit van de RDW. De rechtbank constateerde dat de gemachtigde geen geldige machtiging kon overleggen en zich vervolgens onttrok aan de procedure. Pogingen van de rechtbank om eiser te bereiken en juiste adresgegevens te verkrijgen, bleken vruchteloos.
De rechtbank stelde vast dat eiser niet het belang had om de beroepsprocedure voort te zetten, mede doordat de gemachtigde niet kon aantonen dat hij bevoegd was om namens eiser op te treden. Daarnaast was het adres van eiser niet correct in het dossier opgenomen en kon eiser niet worden bereikt ondanks herhaalde verzoeken.
Gezien deze omstandigheden en de ervaring met soortgelijke zaken van deze gemachtigde, oordeelde de rechtbank dat het beroep niet-ontvankelijk moest worden verklaard. Het verzoek om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn werd eveneens afgewezen, omdat niet kon worden vastgesteld dat eiser daadwerkelijk schade had geleden.
De uitspraak werd mondeling gedaan op 22 april 2024 en de rechtbank wees partijen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.