ECLI:NL:RBMNE:2024:2598
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken recente machtiging en procesbelang
Deze bestuursrechtelijke zaak betreft een beroep dat door een voormalig gemachtigde namens eiser is ingediend tegen een besluit van de RDW. De rechtbank stelde vast dat de ingediende machtiging algemeen en gedateerd was en verzocht meerdere malen om een recente, specifieke machtiging inclusief identiteitsbewijs. De voormalig gemachtigde trok zich vervolgens terug, en eiser was niet bereikbaar of bekend bij de rechtbank.
De rechtbank concludeerde dat eiser geen procesbelang had bij de behandeling van het beroep, mede omdat de identiteit en adresgegevens van eiser niet konden worden vastgesteld. Hierdoor werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tevens wees de rechtbank het verzoek om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn af, omdat niet kon worden vastgesteld of eiser daadwerkelijk schade had geleden.
Op de zitting waren meerdere soortgelijke beroepen van dezelfde gemachtigde gepland, waarvan een groot deel werd ingetrokken of waarbij de gemachtigde zich onttrok. De rechtbank benadrukte het belang van een geldige machtiging en correcte procedurele vertegenwoordiging. Partijen werden gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een recente machtiging en procesbelang; het verzoek om immateriële schadevergoeding wordt afgewezen.