ECLI:NL:RBMNE:2024:2599
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken geldige machtiging en afwijzing schadevergoeding redelijke termijn
Deze uitspraak betreft een beroep dat door een voormalig gemachtigde namens eiser is ingediend tegen een besluit van de RDW. De rechtbank stelde vast dat de voormalig gemachtigde geen geldige, recente machtiging kon overleggen en dat eiser niet bereikbaar was, waardoor het beroep niet-ontvankelijk werd verklaard.
De rechtbank heeft meerdere pogingen gedaan om de identiteit en contactgegevens van eiser te achterhalen, onder meer door het opvragen van gegevens bij de Basisregistratie Personen en het verzoek aan verweerder om aanvullende informatie. Deze pogingen bleken vruchteloos, mede doordat de voormalig gemachtigde zich op 16 februari 2024 had onttrokken als gemachtigde.
Tijdens de zitting van 22 april 2024 waren 41 beroepen gepland die door dezelfde gemachtigde waren ingediend. Na herhaalde verzoeken om geldige machtigingen te overleggen, had de gemachtigde zich in 30 zaken onttrokken en in drie zaken beroepen ingetrokken. Van de eisers in deze zaken was een groot deel niet op de hoogte van de beroepsprocedures.
De rechtbank oordeelde dat het ontbreken van een geldige machtiging en het niet kunnen vaststellen van de identiteit van eiser het beroep niet ontvankelijk maakt. Tevens werd het verzoek om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn afgewezen, omdat niet kon worden vastgesteld of eiser daadwerkelijk schade had geleden.
Er is geen proceskostenvergoeding toegekend en het betaalde griffierecht wordt niet teruggegeven. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een geldige machtiging en het verzoek om immateriële schadevergoeding wordt afgewezen.