ECLI:NL:RBMNE:2024:26
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na gegrond bezwaar tegen opschorting AOW-uitkering
De zaak betreft een verzoek om proceskostenvergoeding na een voorlopige voorziening tegen de opschorting van een AOW-uitkering door de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank. Verzoeker maakte bezwaar tegen de opschorting en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De Raad van bestuur verklaarde het bezwaar gegrond en hervatte de uitkering, waarna verzoeker het verzoek om voorlopige voorziening introk en proceskostenvergoeding vorderde. De Raad van bestuur verzette zich niet tegen deze vordering.
De voorzieningenrechter oordeelde dat ondanks de intrekking van het verzoek om voorlopige voorziening, de proceskostenvergoeding terecht is omdat de Raad van bestuur aan het bezwaar tegemoet is gekomen. De proceskosten werden vastgesteld op €837,- en het griffierecht op €50,-, beide te vergoeden door de Raad van bestuur.
Uitkomst: De Raad van bestuur wordt veroordeeld tot vergoeding van €837,- proceskosten en €50,- griffierecht aan verzoeker.