De zaak betreft een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige die sinds februari 2023 onder toezicht staat. De minderjarige verbleef in een crisispleeggezin nadat de moeder op vakantie ging naar het buitenland zonder duidelijke terugkeerdatum. De gecertificeerde instelling (GI) maakte zich ernstige zorgen over de veiligheid en ontwikkeling van het kind en verzocht om een spoedmachtiging.
De kinderrechter constateert dat de moeder pas op de dag van de zitting terugkeerde, wat zorgwekkend was. Ondanks de zorgen acht de rechter een langer verblijf in pleeggezin niet noodzakelijk nu de moeder terug is. De GI heeft onvoldoende onderbouwd waarom de uithuisplaatsing verlengd moet worden, terwijl minder ingrijpende maatregelen nog niet zijn geprobeerd.
De kinderrechter benadrukt dat een volledige uithuisplaatsing een zeer ingrijpende maatregel is die pas ingezet mag worden als andere oplossingen ontbreken. De spoedmachtiging wordt daarom per 1 mei 2024 beëindigd. De moeder en de jeugdbeschermer krijgen de kans om veiligheidsafspraken te maken voor de terugplaatsing, waarbij de moeder een grote verantwoordelijkheid draagt om een stabiele en veilige omgeving te bieden.
De beslissing is genomen met het oog op het belang van het kind om zo snel mogelijk terug te keren naar de moeder, ondanks de complexe situatie en eerdere problemen in de samenwerking tussen moeder en GI. Verdere behandeling van de ondertoezichtstelling en andere verzoeken staat gepland voor een zitting op 16 mei 2024.