De rechtbank Midden-Nederland heeft op 28 maart 2024 besloten de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige te verlengen tot 29 december 2024. De minderjarige verblijft sinds eind 2022 bij haar oom en tante, het netwerkpleeggezin, vanwege de psychische problematiek van de moeder en zorgen over de thuissituatie.
De gecertificeerde instelling (GI) verzocht tevens om goedkeuring van het perspectiefbesluit waarin werd voorgesteld dat de minderjarige gedeeltelijk bij haar moeder en gedeeltelijk bij de pleegouders zou opgroeien. De moeder wenst volledige terugkeer van de minderjarige, terwijl de vader instemt met verlenging van de uithuisplaatsing maar twijfelt over het perspectiefbesluit.
De rechtbank oordeelt dat het perspectiefbesluit van de GI feitelijk een zorg- en omgangsregeling betreft en dat het contact tussen moeder en minderjarige in deze procedure niet kan worden vastgesteld. Uit onderzoek blijkt dat de moeder nog onvoldoende stabiel en verantwoordelijk is om een veilig opvoedklimaat te bieden. De rechtbank acht het daarom niet in het belang van de minderjarige om het perspectief deels bij de moeder te leggen en bepaalt dat de minderjarige bij het pleeggezin zal opgroeien.
De GI zal de komende periode onderzoeken welke rol de ouders kunnen spelen in het leven van de minderjarige. De machtiging tot uithuisplaatsing wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak.