ECLI:NL:RBMNE:2024:2708

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
1 mei 2024
Publicatiedatum
29 april 2024
Zaaknummer
11029189 \ UV EXPL 24-78 MS/1270
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:224 BWArt. 7:225 BWArt. 6:119 BW
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing ontruimingsvordering en schadevergoeding wegens niet-naleving huurovereenkomst

In deze kortgedingprocedure vordert Stichting Portaal ontruiming van een huurwoning en betaling van schadevergoeding wegens gederfde huurinkomsten. De huurder had de huurovereenkomst opgezegd per 30 november 2023 vanwege voorgenomen sloop, maar heeft de woning sindsdien niet opgeleverd. Portaal stelt dat de huurder hierdoor zonder recht of titel de woning onder zich houdt en toerekenbaar tekortschiet in de nakoming van zijn verplichtingen.

De huurder is niet verschenen, waardoor verstek is verleend. De kantonrechter beoordeelt de vorderingen uitsluitend op basis van de stellingen van Portaal. Gelet op de omstandigheden is voldoende aannemelijk dat de bodemrechter de vorderingen zal toewijzen en kan van Portaal niet worden gevergd de uitkomst van een bodemprocedure af te wachten.

De kantonrechter veroordeelt de huurder om binnen zeven dagen de woning te ontruimen en te verlaten, inclusief alle goederen en personen, en stelt de woning ter beschikking van Portaal. Tevens wordt de huurder veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van € 1.968,20 over vijf maanden plus wettelijke rente, en tot betaling van de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld tot ontruiming van de woning en betaling van schadevergoeding wegens gederfde huurinkomsten.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 11029189 \ UV EXPL 24-78 MS/1270
Kort geding verstekvonnis van 1 mei 2024
in de zaak van
STICHTING PORTAAL,
gevestigd te Utrecht,
eisende partij,
hierna te noemen: Portaal,
gemachtigde: mr. H. van der Veen,
tegen
[gedaagde],
wonend in [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties;
- de mondelinge behandeling van 24 april 2024, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt.
1.2.
Aan het einde van de zitting heeft de kantonrechter bepaald dat op 1 mei 2024 vonnis wordt gewezen.

2.De overwegingen van de kantonrechter

verstek
2.1.
De kantonrechter verleent verstek tegen [gedaagde] omdat de dagvaarding op de voorgeschreven manier is betekend en [gedaagde] niet is verschenen. Dit betekent dat de kantonrechter de vorderingen van Portaal beoordeelt op basis van (alleen) de stellingen van Portaal.
de vordering en de onderbouwing daarvan
2.2.
Portaal vordert bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. [gedaagde] te veroordelen om binnen zeven dagen na betekening van het vonnis, althans binnen een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen termijn, de woning aan de [adres] te [woonplaats] te ontruimen en te verlaten met alle goederen en al de personen die zijdens [gedaagde] in voormelde woning verblijven en deze woning ter vrije en algehele beschikking van Portaal te stellen;
II. [gedaagde] te veroordelen aan Portaal een schadevergoeding te betalen, inclusief daarover verschuldigde wettelijke rente, te rekenen vanaf 1 december 2023 tot aan de datum van de ontruiming; het schadebedrag bedraagt tot en met april 2024 € 1.968,20
(5 maanden x € 393,64);
III. [gedaagde] te veroordelen in de kosten van dit geding.
2.3.
Portaal legt aan deze vorderingen ten grondslag dat zij met [gedaagde] een huurovereenkomst heeft gesloten met betrekking tot de woning aan de [adres] te [woonplaats] . De huur bedroeg per 1 juli 2023 € 393,64 per maand. [gedaagde] heeft de huurovereenkomst met het oog op de voorgenomen sloop van de woning per 30 november 2023 opgezegd. Hij staat inmiddels in het BPR ingeschreven op een ander adres in [woonplaats] . Portaal stelt dat [gedaagde] op grond van haar algemene huurvoorwaarden en artikel 7:224 lid 1 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) verplicht was de woning op 30 november 2023 aan haar ter beschikking te stellen maar dit ondanks herhaalde sommaties niet heeft gedaan. Hij is hiermee toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst en Portaal vordert daarom ontruiming van de woning. Zij vordert daarnaast op basis van artikel 7:225 BW Pro een schadevergoeding die gelijk is aan de huurprijs, omdat zij de woning per 1 december 2024 niet meer tijdelijk heeft kunnen verhuren en hierdoor huurinkomsten heeft gemist.
spoedeisendheid
2.4.
De spoedeisendheid van de zaak is uit het gestelde en gevorderde voldoende aannemelijk geworden.
toetsingskader
2.5.
De door Portaal gevraagde voorziening strekt tot betaling van een geldsom en tot ontruiming. Voor toewijzing van een geldvordering in kort geding is slechts dan aanleiding, als het bestaan (en de omvang) van de vordering voldoende aannemelijk is, terwijl voorts uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening vereist is en het risico van onmogelijkheid van terugbetaling - bij afweging van de belangen van partijen - aan toewijzing niet in de weg staat. Een vordering tot ontruiming is in kort geding slechts toewijsbaar indien voldoende aannemelijk is dat de bodemrechter de vordering eveneens toewijst en indien van de eisende partij niet kan worden gevergd dat hij of zij de uitkomst van een bodemprocedure afwacht.
2.6.
Vaststaat dat [gedaagde] de huurovereenkomst per 30 november 2023 heeft opgezegd en de woning sindsdien niet heeft opgeleverd. Hij houdt de woning hierdoor zonder recht of titel onder zich en is hiermee toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst. De vordering tot ontruiming van de woning is daarom toewijsbaar. Het is voldoende aannemelijk dat een bodemrechter deze vordering ook zal toewijzen en van Portaal kan in de gegeven omstandigheden niet worden gevergd dat zij de uitkomst van een bodemprocedure afwacht. Dit geldt ook voor de vordering van Portaal tot schadevergoeding wegens gederfde huurinkomsten. Deze vordering wordt ook toegewezen.
2.7.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Portaal worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
137,39
- griffierecht
372,00
- salaris gemachtigde
543,00
- nakosten
135,00
Totaal
1.187,39

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
verleent verstek tegen [gedaagde] ;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] om binnen zeven dagen na betekening van het vonnis de woning aan de [adres] te [woonplaats] te ontruimen en te verlaten met alle goederen en al de personen die zijdens [gedaagde] in voormelde woning verblijven en deze woning ter vrije en algehele beschikking van Portaal te stellen;
3.3.
veroordeelt [gedaagde] om te betalen aan Portaal:
a. a) een schadevergoeding voor gederfde huur van € 1.968,20 over de periode vanaf 1 december 2023 tot 1 mei 2024, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf de vervaldata van de huurtermijnen op grond van de algemene huurvoorwaarden van Portaal tot de dag van voldoening,
b) € 393,64 per maand vanaf 1 mei 2024 tot aan de datum van de ontruiming, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf de vervaldata van de huurtermijnen op grond van de algemene huurvoorwaarden van Portaal tot de dag van voldoening;
3.4.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.187,39, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
3.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.A.M. Pinckaers en in het openbaar uitgesproken op 1 mei 2024.