In deze kortgedingprocedure vordert eiseres betaling van de resterende managementvergoedingen na ontbinding van de managementovereenkomst door gedaagde. Eiseres stelt dat de ontbinding onterecht was en vordert een bedrag voor de resterende looptijd van de overeenkomst plus een vergoeding voor gemaakte kosten.
De rechtbank stelt vast dat partijen een managementovereenkomst hadden die door gedaagde op 8 maart 2024 is ontbonden. Uit correspondentie en gedragingen blijkt dat eiseres tekort is geschoten in haar verplichtingen, zoals het niet gebruiken van het juiste e-mailadres, het niet invoeren van leads in het CRM-systeem en het online houden van een concurrerende website. Deze tekortkomingen geven gedaagde naar voorlopig oordeel het recht tot ontbinding.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het bestaan en de omvang van de vordering onvoldoende aannemelijk zijn gemaakt en dat de vordering niet in hoge mate waarschijnlijk is om in een bodemprocedure toegewezen te worden. Ook de gevorderde vergoeding voor brochures is onvoldoende onderbouwd. De vorderingen worden daarom afgewezen en eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten.