Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
- de bekennende verklaring van [verdachte] ter terechtzitting van 16 april 2024;
- een proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer] .
5.BEWEZENVERKLARING
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
6.STRAFBAARHEID VAN HET FEIT
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
- een uittreksel uit de Justitiële Documentatie over [verdachte] van 8 maart 2024;
- een rapport van de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad) van 20 februari 2024, opgemaakt door [B] , kernfunctionaris.
9.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
10.BESLISSING
taakstrafin de vorm van een
werkstrafvan
120 (honderdtwintig) uren;
60 (zestig) uren, bij het niet naar behoren verrichten te vervangen door 30 dagen jeugddetentie, niet zullen worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat de verdachte de hierna te melden algemene en bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
proeftijdvan
2 (twee) jarenvast;
- de door de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Overijssel te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) en op door de jeugdreclassering te bepalen tijdstippen zal melden bij de jeugdreclassering zo frequent en zolang deze instelling dat nodig acht;
- meewerkt aan door de Jeugdbescherming Overijssel noodzakelijk geachte ondersteuning of verwijzing naar andere hulpverleningsinstanties, die gedurende de begeleiding door de jeugdreclassering noodzakelijk wordt geacht om de kans op herhaling te verkleinen;
- een zinvolle dagbesteding heeft, waarbij de jeugdreclassering bepaalt wat zinvol is;
- zich onder ambulante begeleiding/behandeling zal laten stellen van [instelling] te [woonplaats] of soortgelijke instelling, indien en zolang de jeugdreclassering dit nodig vindt;