De gecertificeerde instelling verzocht om een machtiging voor gesloten jeugdhulp voor de minderjarige, die sinds 2016 onder voogdij van de instelling staat en verblijft in een accommodatie van de instelling. De minderjarige vertoonde zorgelijk gedrag, waaronder diefstal en gevoeligheid voor groepsdruk, maar liet recent verbetering zien en volgt therapie.
De minderjarige en haar advocaat verzochten om de machtiging aan te houden voor drie maanden, zodat zij haar opgebouwde vertrouwensband en therapie kan voortzetten en zichzelf kan bewijzen. De ouders hadden wisselende standpunten; de moeder wilde de minderjarige de kans geven, de vader vond de machtiging noodzakelijk voor haar veiligheid.
De kinderrechter oordeelde dat toewijzing van de machtiging nu niet in het belang is vanwege de opgebouwde therapie en de aanstaande meerderjarigheid. Gezien twijfel over de motivatie en onzekerheid over het verblijf, werd de machtiging aangehouden voor drie maanden. Tijdens deze periode kan de instelling de rechtbank informeren bij problemen, waarna een nieuwe zitting zal volgen. De minderjarige krijgt zo de kans om te tonen dat zij op een open groep kan functioneren.