Verzoekster was sinds 2005 in dienst bij de supermarkt als afdelingsmanager. Op 20 januari 2024 heeft zij boodschappen en een elektrische deken meegenomen zonder deze te betalen. De werkgever heeft haar daarop op 30 januari 2024 op staande voet ontslagen vanwege overtreding van het zero tolerance beleid.
Verzoekster betwist het ontslag en stelt dat er geen dringende reden was en dat de werkgever te lang heeft gewacht met het ontslag. De kantonrechter oordeelt dat het meenemen van goederen zonder betaling een dringende reden vormt voor ontslag op staande voet en dat de werkgever tijdig heeft gehandeld na het vermoeden van overtreding.
Verzoekster voerde aan dat zij door werkstress niet bewust was van haar handelen, maar kon dit niet onderbouwen met medische gegevens. Volgens de rechtspraak is verwijtbaarheid niet vereist voor ontslag op staande voet. De kantonrechter concludeert dat het ontslag terecht is gegeven en wijst het verzoek van verzoekster af.