De rechtbank Midden-Nederland behandelde een verzoek van de moeder om de zorgregeling te beëindigen en het gezag over vier minderjarige kinderen eenhoofdig aan haar toe te wijzen. De ouders hadden samen het gezag en een zorgregeling, maar deze werd sinds 2022 niet nageleefd. De vader had ruim twee jaar geen contact met de kinderen en toonde geen initiatief tot contactherstel, terwijl de moeder onvoldoende stimuleerde tot contact.
De Raad voor de Kinderbescherming had in december 2023 een rapport uitgebracht met adviezen voor contactherstel, maar beide ouders weigerden hiermee aan de slag te gaan. De rechtbank vond het verdrietig en zorgelijk voor de kinderen, maar zag geen mogelijkheden om het contact via een regeling te herstellen vanwege het ontbreken van medewerking van beide ouders. Ook de kinderen zelf wilden geen contact met de vader opgelegd krijgen.
De rechtbank wees het verzoek van de moeder toe, beëindigde de zorgregeling en kende het gezag eenhoofdig aan haar toe. De vader speelt geen rol van betekenis meer in het leven van de kinderen en is niet in staat om doordachte beslissingen te nemen. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat deze geldt ook bij hoger beroep.