Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.[gedaagde sub 1] ,
DE GEZAMENLIJKE ERFGENAMEN IN DE NALATENSCHAP VAN WIJLEN [A],
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
715,00
Rechtbank Midden-Nederland
De stichting Woonstichting Centrada verhuurde een woning aan [A], die in 2024 is overleden. De zoon van [A], [gedaagde sub 1], verblijft sindsdien zonder recht of titel in de woning. Centrada vordert ontruiming van de woning en betaling van de huurachterstand en voorschot op huur.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de zoon niet als medehuurder kan worden aangemerkt en dus zonder recht of titel verblijft. Er is sprake van een spoedeisend belang vanwege de lange wachtlijsten en de huurachterstand. De vordering tot ontruiming en betaling wordt toegewezen.
De zoon en erfgenamen worden veroordeeld om binnen veertien dagen de woning te verlaten en de huurachterstand van €1.895,73 plus wettelijke rente te voldoen. Tevens moeten zij een voorschot op de huur betalen tot de dag van ontruiming. De kosten van de procedure worden eveneens aan hen opgelegd.
Uitkomst: Zoon en erfgenamen worden veroordeeld tot ontruiming binnen veertien dagen en betaling van huurachterstand plus voorschot en proceskosten.