Partijen huurden gezamenlijk een woning en sloten in juli 2023 een huurbeëindigingsovereenkomst waarbij de huur per 31 augustus 2023 met wederzijds goedvinden eindigde. Eén huurder verliet tijdig de woning, de ander niet. De verhuurder vorderde ontruiming en betaling van achterstallige huur en kosten.
De kantonrechter oordeelde dat de ontruiming een ondeelbare prestatie is en beide huurders hoofdelijk aansprakelijk zijn voor nakoming, ook al heeft slechts één huurder de woning niet verlaten. De woning moet binnen veertien dagen na betekening van het vonnis leeg en bezemschoon worden opgeleverd.
Beide huurders zijn veroordeeld tot betaling van de huur over augustus 2023, wettelijke rente, en een maandelijkse schadevergoeding vanaf september 2023 tot daadwerkelijke ontruiming. De vordering tot betaling van kosten voor opstellen beëindigingsovereenkomst en materiële schade is afgewezen wegens verrekening met borg. De buitengerechtelijke kosten zijn toegewezen aan één huurder, omdat de ander niet correct is aangemaand. Proceskosten zijn hoofdelijk aan beide opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.