De zaak betreft een geschil tussen verhuurder en huurder over een huurachterstand, kosten voor waterlevering, meegenomen zaken bij einde huur en onrechtmatige leasetermijnen. De huurder had de woning gehuurd vanaf 2014 en betaalde de huur over april en mei 2023 niet. Daarnaast nam zij bij vertrek een vaatwasser en een tuinhuis mee. Verder was er een leaseovereenkomst voor een stofzuiger op naam van de verhuurder, maar gebruikt voor privédoeleinden door de huurder.
De kantonrechter oordeelt dat de huurachterstand van € 1.870,00 voldaan moet worden, omdat de huurder geen tegenvordering tot huurprijsvermindering instelde ondanks haar stellingen over gebreken en bedreigingen. De vordering tot vergoeding van waterkosten wordt afgewezen wegens rechtsverwerking, omdat de verhuurder deze kosten jarenlang betaalde zonder aanspraak te maken.
De huurder erkent de meegenomen vaatwasser en het tuinhuis, maar stelt eigenaar te zijn van het tuinhuis. De rechter oordeelt dat het tuinhuis onderdeel was van het gehuurde en dat de huurder onrechtmatig handelde door het mee te nemen, zonder aannemelijk te maken dat zij meebetaald heeft. De vordering tot vergoeding van de vaatwasser en het tuinhuis wordt toegewezen.
De leaseovereenkomst voor de stofzuiger is door de huurder namens de verhuurder afgesloten, maar de stofzuiger werd slechts privé gebruikt. Dit is onrechtmatig jegens de verhuurder, die de leasetermijnen betaalde. De huurder wordt veroordeeld tot vergoeding van € 910,00 aan leasetermijnen. De proceskosten worden gecompenseerd vanwege de familieband tussen partijen.