ECLI:NL:RBMNE:2024:2900
Rechtbank Midden-Nederland
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot ontruiming wegens onvoldoende aannemelijke geluidsoverlast
In deze kortgedingprocedure vordert eiser ontruiming van twee huurwoningen vanwege vermeende geluidsoverlast door de huurders, geduide als gedaagden c.s. Eiser baseert zijn vordering op klachten over geluidsoverlast, onder meer tijdens een verjaardagsfeest en eerdere incidenten, en op dreigende WhatsApp-berichten van gedaagden c.s. aan eiser.
De kantonrechter overweegt dat voor ontruiming in kort geding sprake moet zijn van ernstige en structurele overlast die ontruiming op korte termijn noodzakelijk maakt. Dit is niet aannemelijk geworden. De klachten betreffen incidentele geluiden, waarbij gedaagden c.s. maatregelen troffen zoals silent disco-koptelefoons en voorafgaande communicatie met onderburen. Ook de dreigende WhatsApp-berichten worden als incidenteel beoordeeld en leiden niet tot een tekortkoming in de huurovereenkomst.
De vorderingen tot ontruiming, contactverbod en verbod op geluidsoverlast worden afgewezen. De vordering tot verbod op geluidsoverlast is bovendien onvoldoende concreet geformuleerd. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten van gedaagden c.s. De uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldige bewijsvoering en de terughoudendheid bij ingrijpende voorzieningen in kort geding.
Uitkomst: De vordering tot ontruiming en andere voorzieningen wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van structurele geluidsoverlast.