Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2024:2941

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
2 mei 2024
Publicatiedatum
8 mei 2024
Zaaknummer
UTR 23/5700
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 7:1 AwbArt. 7:10 AwbArt. 7:13 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen niet tijdig beslissen op bezwaarschrift door Minister van LNV

Eiser, Stichting Diervriendelijk Nederland/Een Dier Een Vriend, diende op 14 juli 2023 een bezwaarschrift in bij de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. De Minister had volgens de Awb zes weken om te beslissen, met een verlenging van zes weken, waardoor uiterlijk 25 oktober 2023 een besluit verwacht werd. Deze termijn werd echter overschreden.

Eiser stelde de Minister op 30 oktober 2023 in gebreke en diende op 22 november 2023 beroep in tegen het niet tijdig beslissen. De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat de Minister nog geen beslissing heeft genomen. De rechtbank beveelt de Minister binnen twee weken na verzending van het vonnis alsnog te beslissen.

Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op, met een maximum van €15.000, voor elke dag dat de beslissing uitblijft. Tevens wordt de Minister veroordeeld tot betaling van proceskosten van €218,75 en het griffierecht van €365 aan eiser. De uitspraak is gedaan door rechter B. Fijnheer op 2 mei 2024.

Uitkomst: De rechtbank beveelt de Minister binnen twee weken alsnog te beslissen en legt een dwangsom en proceskostenveroordeling op.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/5700

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 mei 2024 in de zaak tussen

Stichting Diervriendelijk Nederland/ Een Dier Een Vriend, te Den Haag, eiser

(gemachtigde: H. van Drunen)
en

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser omdat verweerder niet op tijd heeft beslist op zijn bezwaarschrift van 14 juli 2023.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Wel moet de betrokkene dan eerst een ‘ingebrekestelling’ aan het bestuursorgaan sturen. Dat wil zeggen dat de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan moet laten weten dat er binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar. Dit staat (onder andere) in de artikelen 6:2, 6:12 en 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
3. Eiser heeft zijn bezwaarschrift ingediend op 14 juli 2023. Verweerder moet binnen zes weken beslissen, gerekend vanaf het moment waarop de bezwaartermijn is verstreken
.Dat staat in artikel 7:10 en Pro 7:13 van de Awb. Bij brief van 16 augustus 2023 heeft verweerder de beslistermijn met zes weken verdaagd. Verweerder had naar eigen zeggen uiterlijk op 25 oktober 2023 moeten beslissen. De rechtbank stelt vast dat deze beslistermijn is overschreden. De rechtbank stelt verder vast dat eiser verweerder op 30 oktober 2023 in gebreke heeft gesteld. Eiser heeft meer dan twee weken erna, te weten bij 22 november 2023 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zwaar.
4. Omdat verweerder nog geen beslissing op bezwaar heeft genomen bepaalt de rechtbank dat verweerder dit alsnog moet doen. Verweerder moet dit doen binnen twee weken na het verzenden van deze uitspraak (artikel 8:55d, lid 1, Awb).
5. De rechtbank bepaalt dat verweerder een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee de beslistermijn nu nog wordt overschreden door verweerder. Daarbij geldt wel een maximum van € 15.000,-.
6. Het beroep is kennelijk gegrond (artikel 8:54 van Pro de Awb).
7. Dat betekent ook dat eiser een vergoeding krijgt voor de proceskosten die hij heeft gemaakt. Verweerder moet dit betalen. Volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht is dit een vast bedrag omdat eiser een professionele (juridische) hulpverlener heeft ingeschakeld om voor hem een beroepschrift in te dienen. Omdat de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden wordt een lager bedrag toegekend (wegingsfactor 0,25). Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. Toegekend wordt € 218,75,-.
8. Omdat het beroep gegrond is moet verweerder het griffierecht van € 365,- aan eiser betalen.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit;
- draagt verweerder op binnen twee weken na de dag van verzending van deze uitspraak alsnog een besluit bekend te maken;
- bepaalt dat verweerder aan eiser een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-;
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 218,75 aan proceskosten. Verweerder moet dit bedrag betalen aan eiser.
- bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 365,- dat eiser heeft betaald moet betalen;
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Fijnheer rechter, in aanwezigheid van E.J.H.C. Hui, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 2 mei 2024.
de griffier de rechter
Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.