Uitspraak
1.De procedure
- het wrakingsverzoek, dat op 30 april 2024 door de wrakingskamer is ontvangen,
- de schriftelijke reactie van mr. N. Chedra (verder: de rechter) van 6 mei 2024,
- het bericht van verzoeker van 7 mei 2024.
Rechtbank Midden-Nederland
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de behandelend rechter in twee echtscheidingszaken betreffende de verdeling van gemeenschappelijke bezittingen. Het verzoek was niet ondertekend door een advocaat, terwijl in de hoofdzaak verplichte procesvertegenwoordiging geldt.
Tijdens de mondelinge behandeling kreeg verzoeker de mogelijkheid om alsnog een advocaat te zoeken en binnen een week een ondertekend wrakingsverzoek in te dienen. Verzoeker gaf aan dit om financiële redenen niet te zullen doen.
De wrakingskamer oordeelde dat het ontbreken van een advocaatsondertekening leidt tot niet-ontvankelijkheid van het wrakingsverzoek. De procedure in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de schorsing wegens het wrakingsverzoek.
De beslissing werd in het openbaar uitgesproken en is onherroepelijk. De griffier draagt zorg voor de verzending van de beslissing aan alle betrokken partijen.
Uitkomst: Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard in zijn wrakingsverzoek wegens het ontbreken van een door een advocaat ondertekend verzoek.