Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.[gedaagde sub 1] ,
[gedaagde sub 2],
1.De procedure
- het verzoek met proces-verbaal van de deurwaarder van 11 april 2024 met bijlagen (ongenummerd);
- de op 18 april 2024 van [gedaagden c.s] ontvangen producties 1 tot en met 4;
- de op 18 april 2024 van [eiser] ontvangen productie 1 tot en met 9.
2.De feiten
“de huurpenning van april 2024 niet en of niet tijdig aan rekwirant is voldaan”en omdat
“de voorlopige voorziening wegens het niet of niet tijdig voldoen van de huurpenning van april 2024 is komen te vervallen.”