Eisers c.s. huren een woning van gedaagde en hebben een huurachterstand opgebouwd, waarop de huurovereenkomst is ontbonden en ontruiming bevolen. Na betekening van het vonnis is een voorlopige voorziening ingesteld die de ontruiming tijdelijk schorst vanwege een aanvraag schuldsanering. Eisers c.s. verzochten vervolgens in een executiekortgeding om schorsing van de uitvoerbaarverklaring bij voorraad van het ontruimingsvonnis, stellende dat nieuwe feiten en omstandigheden, waaronder een opgestarte schuldhulpverlening en medische situatie, daartoe noodzaken.
De kantonrechter overweegt dat de belangenafweging omtrent de uitvoerbaarverklaring reeds door de bodemrechter is gemaakt en dat de medische omstandigheden geen nieuw feit vormen. De aanvraag schuldsanering is wel nieuw, maar zonder bijkomende omstandigheden onvoldoende om schorsing te rechtvaardigen. Tevens is gebleken dat de gemeente Utrecht de huurachterstand zal betalen en dat gedaagde heeft toegezegd de ontruiming niet uit te voeren zolang de gebruiksvergoeding wordt voldaan.
Gelet op deze toezegging en het ontbreken van nieuwe feiten die een belangenafweging rechtvaardigen, wijst de kantonrechter het verzoek tot schorsing af. Eisers c.s. worden veroordeeld in de proceskosten. Dit vonnis is gewezen door kantonrechter M.J. Slootweg en in het openbaar uitgesproken op 3 mei 2024.