Uitspraak
[eiser], uit [woonplaats], eiser
de burgemeester van de gemeente Utrecht
Inleiding
€ 5.000,- per geconstateerde overtreding per dag betalen, met een maximumbedrag van
€ 20.000,-.
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser werd door de burgemeester een last onder dwangsom opgelegd op grond van artikel 2:45 van Pro de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) Utrecht 2010, omdat hij zich kennelijk met het doel drugs te verhandelen op een openbare plaats zou hebben opgehouden. De last hield in dat eiser zich niet binnen de gemeente Utrecht mocht ophouden met het kennelijke doel drugs te verhandelen, onder dreiging van een dwangsom.
De burgemeester baseerde dit besluit op rapportages van de politie waarin onder meer drugs en druggerelateerde goederen in de auto van eiser werden aangetroffen en een politieregistratie van een eerdere drugsdeal. Eiser werd staande gehouden vanwege een verkeersovertreding. De rechtbank oordeelt dat de burgemeester niet aannemelijk heeft gemaakt dat eiser zich met het kennelijke doel drugs te verhandelen op een openbare plaats bevond, zoals vereist volgens artikel 2:45 APV Pro. Het enkel aantreffen van drugs in de auto en de politieregistratie zijn onvoldoende om het kennelijke doel te onderbouwen.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en herroept het primaire besluit. Tevens bepaalt de rechtbank dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit. De burgemeester wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser. De uitspraak is mondeling gedaan op 26 april 2024 door rechter A.A.M. Elzakkers.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de last onder dwangsom omdat de burgemeester niet aannemelijk heeft gemaakt dat eiser artikel 2:45 APV heeft overtreden.