ECLI:NL:RBMNE:2024:3036

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
25 april 2024
Publicatiedatum
15 mei 2024
Zaaknummer
UTR 24/1185
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • R.C. van Stijnen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 7:1 AwbArt. 7:10 AwbArt. 112 WIA
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens prematuur ingediende ingebrekestelling tegen beslissing UWV

Eiseres diende een bezwaar in tegen een besluit van het UWV op 30 januari 2023. Volgens artikel 112 WIA Pro beslist het UWV binnen zeventien weken na afloop van de bezwaartermijn, met mogelijke verlengingen. Verweerder verlengde de beslistermijn meerdere malen, tot uiteindelijk 2 januari 2024.

Eiseres stuurde op 22 december 2023 een ingebrekestelling naar het UWV, maar de rechtbank oordeelde dat dit te vroeg was omdat de beslistermijn toen nog niet verstreken was. Hierdoor voldeed eiseres niet aan de vereisten van artikel 6:12, tweede lid, Awb om het beroep ontvankelijk te maken.

De rechtbank besloot daarom het beroep niet-ontvankelijk te verklaren. Er werd geen zitting gehouden omdat dit niet noodzakelijk werd geacht. De uitspraak werd op 25 april 2024 in Utrecht gedaan door rechter R.C. van Stijnen.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de ingebrekestelling te vroeg is verstuurd.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/1185

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 april 2024 in de zaak tussen

[eiseres] , te [plaats] , eiseres,

en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep van eiseres van 26 februari 2024 omdat verweerder niet op tijd heeft beslist op haar bezwaar.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Wel moet de betrokkene dan eerst een ‘ingebrekestelling’ aan het bestuursorgaan sturen. Dat wil zeggen dat de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan moet laten weten dat er binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar. Dit staat (onder andere) in de artikelen 6:2, 6:12 en 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
3. Eiseres heeft haar bezwaar ingediend op 30 januari 2023. Op grond van artikel 112 van Pro de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) beslist het UWV in afwijking van artikel 7:10, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, binnen zeventien weken gerekend vanaf de dag na die waarop de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift is verstreken.
Verweerder heeft bij brief van 12 mei 2023 aan eiseres meegedeeld de beslistermijn te verlengen tot 14 augustus 2023. Op 25 juli 2023 heeft verweerder toestemming gevraagd en gekregen om nog een keer de beslistermijn te mogen verlengen tot 25 september 2023. Vervolgens heeft verweerder bij brief van 29 augustus 2023 toestemming gevraagd en gekregen om de beslistermijn te mogen verlengen tot 6 november 2023. Daarna heeft verweerder bij brief van 3 november 2023 toestemming gevraagd telefonisch en gekregen om de beslistermijn te mogen verlengen tot 2 januari 2024.
4. De rechtbank is van oordeel dat eiseres de ingebrekestelling op 22 december 2023 te vroeg heeft verstuurd omdat op dat moment de beslistermijn nog niet was verstreken.
Dit betekent dat op het moment van het instellen van het beroep op 26 februari 2024 niet werd voldaan aan de vereisten van artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.
5. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C van Stijnen, rechter, in aanwezigheid van
S. Ayyildiz, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 25 april 2024.
de griffier de rechter
Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.