Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
proces-verbaal van bevindingen informatief gesprek zedenvan 4 juli 2020 volgt dat [slachtoffer] (aangeefster) onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, heeft verklaard:
proces-verbaal aangiftevan 15 juli 2020 volgt dat [slachtoffer] onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, heeft verklaard:
proces-verbaal van aangiftevan 15 juli 2020 gevoegde whatsapp gesprekken tussen [slachtoffer] en [getuige 1] staat onder meer het volgende, zakelijk weergegeven:
proces-verbaal van verhoor getuigevan 20 september 2021 volgt dat [getuige 2] (vriend van aangeefster) onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, heeft verklaard:
proces-verbaal van verhoor getuigevan 23 september 2021 volgt dat [getuige 1] (vriendin van aangeefster) onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, heeft verklaard:
proces-verbaal van verhoor getuigevan 16 september 2021 volgt dat [getuige 3] (partner van aangeefster) onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, heeft verklaard:
proces-verbaal forensisch onderzoek persoonvan 1 februari 2022 met volgt dat verbalisant [verbalisant] onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, heeft verklaard:
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN HET FEIT
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
uittreksel Justitiële Documentatie(‘strafblad’) van 1 januari 2024. Hieruit volgt dat verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke misdrijven.
reclasseringsadviesvan Reclassering Nederland d.d. 20 februari 2023, uitgebracht door B. Morre, reclasseringswerker. Hierin is onder meer te lezen dat, vanwege de beperkte responsiviteit van verdachte, geen verdiepingsdiagnostiek heeft kunnen plaatsvinden en er geen inschatting kan worden gemaakt van het recidiverisico. De reclassering ziet geen mogelijkheden om met interventies of toezicht de risico’s te beperken of een gedragsverandering bij verdachte teweeg te brengen. Bij een veroordeling wordt dan ook een straf zonder bijzondere voorwaarden geadviseerd.
9.BENADEELDE PARTIJ
- € 385, - aan medische kosten (eigen risico);
- € 468,57 aan reis- en parkeerkosten ten behoeve van medische afspraken;
- € 215,20 aan kosten voor het vervangen van de kleding die het slachtoffer droeg tijdens het strafbare feit;
- € 2.500, - aan toekomstige reis- en parkeerkosten en medische kosten;
- € 4.185,28 aan gederfde inkomsten.
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
11.BESLISSING
gevangenisstraf van 36 maanden;
- verklaart [slachtoffer] voor wat betreft het meer gevorderde aan toekomstige schade (materiële schade) niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- wijst de vordering van [slachtoffer] voor wat betreft het meer gevorderde aan immateriële schade en materiële schade (kosten kleding) af;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer] aan de Staat € 15.146,45 te betalen, waarvan een bedrag van € 10.107,60 (immateriële schade en kosten kleding) zal worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 juli 2020 en een bedrag van
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken, tot op dit moment begroot op € 2.298,00, -.