Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
25 op 26 september 2023 in de auto hebben gelegd, toen zij op weg gingen om een conflict van verdachte ‘op te lossen’. Verdachte heeft dat ten aanzien van de molotovcocktails in zijn verhoor bij de politie ook verklaard. Ten aanzien van de vuurwerkbom acht de rechtbank de inhoud van de chatberichten die zijn aangetroffen op de telefoon van verdachte van belang. In het gesprek met ‘ [B] ’ waarin verdachte het had over het conflict dat hij heeft met [C] / [A] , gaf verdachte op 25 september 2023 om 18:38 aan: ‘ik ga zo een bom gooien bij [A] ’. Het volgende bericht dat verdachte stuurde is het artikel dat op RTV Utrecht is verschenen over het aantreffen van de vuurwerkbom bij de medeverdachte in de auto door de politie. Ook in het gesprek met [D] van 25 september 2023 sprak verdachte over het conflict met [A] . Om 17:16 uur stuurde verdachte aan [D] : ‘ik ga echt zieke bom gooien maat’ en ‘als ik te ver ga en ze gaan dood dan boeit me dat niks’. De bewoordingen die verdachte in deze berichten gebruikte (en het artikel dat hij stuurde) zien naar het oordeel van de rechtbank op de vuurwerkbom.
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 3 mei 2024;
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 10 oktober 2023, genummerd 231010.1452.UTR01380, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 7] van de politie Midden-Nederland;
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
- meldplicht bij de reclassering;
- ambulante behandeling;
- begeleid wonen of maatschappelijke opvang;
- contactverbod;
- dagbesteding;
- meewerken aan middelencontrole.
genoemd - en 3 molotovcocktails. Verdachte en medeverdachte waren van plan om de molotovcocktails te gebruiken ter bedreiging of afschrikking van personen met wie verdachte een conflict had. Hoewel verdachte (en medeverdachte) hebben aangegeven dat de vuurwerkbom was bedoeld voor het opblazen van een flitspaal, is de rechtbank ervan overtuigd dat de vuurwerkbom was bedoeld voor bedreiging en afschrikking van personen. Dat leidt de rechtbank af uit de aard van de vuurwerkbom (met metaal omhuld), het feit dat de vuurwerkbom samen met de molotovcocktails is aangetroffen in de auto waarmee verdachte en medeverdachte op pad waren om het conflict ‘op te lossen’ en de in de telefoon van verdachte aangetroffen berichten. In een chatgesprek spreekt verdachte met een derde namelijk over het conflict en geeft hij aan dat hij een ‘echt zieke bom’ gaat gooien.
- meldplicht bij reclassering
- ambulante behandeling
- begeleid wonen of maatschappelijke opvang
- contactverbod
- dagbesteding
- meewerken aan middelencontrole
9.BESLAG
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
- 9, 14, 14b, 14c, 36b, 36c, 57 en 63 van het Wetboek van Strafrecht;
- 9, 22, 26 en 55 van de Wet wapens en munitie;
- 2 en 10 van de Opiumwet;
11.BESLISSING
gevangenisstraf van 18 maanden;
12 maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
proeftijd van 2 jarenvast;
taakstraf van 240 uren;