De rechtbank Midden-Nederland heeft op 23 april 2024 in een zaak betreffende de beëindiging van het ouderlijk gezag over een minderjarige geoordeeld dat het gezag van de vader moet worden beëindigd. De vader is zeer bedreigend, accepteert geen hulpverlening en handelt niet in het belang van het kind. De minderjarige verblijft bij de moeder, die het verzoek tot beëindiging van het gezag steunt.
De feiten tonen aan dat de minderjarige al vanaf zijn geboorte in een onveilige en instabiele situatie verkeert, getuige is geweest van huiselijk geweld en dat de vader herhaaldelijk doodsbedreigingen heeft geuit richting de moeder. De vader heeft een contactverbod overtreden en is veroordeeld voor belaging en bedreiging. Hierdoor moeten moeder en kind op een geheime locatie wonen, wat de ontwikkeling van het kind ernstig bedreigt.
De rechtbank stelt vast dat de vader niet in staat is de verantwoordelijkheid voor verzorging en opvoeding te dragen, mede doordat hij niet meewerkt met de gecertificeerde instelling en hulpverlening bedreigt. Contactherstel is op dit moment niet mogelijk. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad en de moeder wordt vanaf nu alleen belast met het gezag over de minderjarige.