De rechtbank Midden-Nederland heeft op 1 mei 2024 besloten het ouderlijk gezag van de moeder over het minderjarige kind te beëindigen en de gecertificeerde instelling (GI) met de voogdij te belasten. Dit volgt op een verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming vanwege ernstige bedreiging van de ontwikkeling van het kind en het onvermogen van de moeder om voor het kind te zorgen binnen een aanvaardbare termijn.
Het kind is sinds 2019 onder toezicht gesteld en sinds 2020 uit huis geplaatst, verblijvend sinds december 2021 in een pleeggezin. De moeder kampt met psychiatrische problematiek, waaronder een persoonlijkheidsstoornis en psychotische kwetsbaarheid, waardoor zij niet in staat is een stabiele opvoedingssituatie te bieden. Pogingen tot ondersteuning en begeleiding zijn niet succesvol gebleken.
De rechtbank weegt mee dat het voortzetten van de huidige situatie, zowel vrijwillig als gedwongen, niet in het belang van het kind is. De moeder accepteert de situatie niet volledig en uit zorgen die niet worden bevestigd. Het kind is gehecht aan de pleegouders en ontwikkelt zich goed in die omgeving. De GI zal als neutrale partij de voogdij voeren, wat door alle betrokkenen wordt ondersteund.
De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en kan binnen drie maanden na uitspraak worden aangevochten bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.