Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
. [24] Wij constateerden dat in de linker jaszak een sleutelbos zat met een roze scootersleutel en een Louis Vuitton mapje. Wij zagen dat in het Louis Vuitton mapje een rijbewijs op naam van aangeefster [slachtoffer 3] en een kentekenbewijs van de gestolen scooter met kenteken [kenteken] zat.
AANW9394NL#01
Het DNA-mengprofiel is geschikt voor vergelijkend DNA-onderzoek.
mouwboord jas
AANW9394NL#02
Het DNA-mengprofiel is geschikt voor vergelijkend DNA-onderzoek.
DNA-mengprofiel afkomstig van minimaal vier donoren,
van wie zeker één man.
Het DNA-mengprofiel is geschikt voor vergelijkend
DNA-onderzoek.
- Hypothese 1: de bemonstering bevat DNA van verdachte [verdachte] RABL4892NL en twee onbekende personen.
- Hypothese 2: de bemonstering bevat DNA van drie onbekende personen.
De resultaten van het onderzoek zijn extreem veel waarschijnlijker wanneer hypothese 1 juist is dan wanneerhypothese 2 juist is. [27]
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 7 mei 2024;
- de aangifte van [aangever] namens DV&O (Dienst Vervoer en Ondersteuning)
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
De rechtbank neemt wel in strafmatigende zin in aanmerking dat verdachte nog relatief jong (25 jaar) is en er bij hem sprake is van een problematische jeugd en psychische problematiek. Ondanks dat begeleiding geïndiceerd lijkt, ziet de reclassering, gelet op (onder andere) het feit dat verdachte binnen het huidige v.i. toezicht meermaals is gerecidiveerd en gemaakte afspraken niet is nagekomen, geen mogelijkheden verdachte in een voorwaardelijk kader te begeleiden. De rechtbank acht de oplegging van een voorwaardelijk strafdeel ook niet op zijn plaats. Gelet op de hoogte van de op te leggen straf, is dat wettelijk gezien ook niet mogelijk. Als en zodra verdachte in aanmerking komt voor voorwaardelijke invrijheidsstelling, kan van daaruit gezocht worden naar een kader om het recidiverisico te verminderen.
9.BESLAG
- een telefoon van Apple (3250381);
- een telefoon van Nokia (3249581);
10.BENADEELDE PARTIJ
[slachtoffer 2]
11.HERROEPING VAN DE VOORWAARDELIJKE INVRIJHEIDSTELLING
12.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
13.BESLISSING
gevangenisstraf van vijf jaren;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer 1] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 november 2023 tot de dag van volledige betaling;
- verklaart [slachtoffer 1] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor het deel van de meer gevorderde immateriële schade kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat € 4.187,50 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 november 2023 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 51 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- wijst de vordering van [slachtoffer 2] toe tot een bedrag van € 4.000,-, bestaande uit immateriële schade;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan [slachtoffer 2] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 november 2023 tot de dag van volledige betaling;
- verklaart [slachtoffer 2] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 2] aan de Staat € 4.000,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 november 2023 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 50 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- wijst de vordering van Dv&O toe tot een bedrag van € 544,50, bestaande uit materiële schade;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan Dv&O van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 november 2023 tot de dag van volledige betaling;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- wijst toe de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling met parketnummer 13/033320-20 en VI-nummer 99/001271-21;
- gelast dat het gedeelte van de gevangenisstraf dat als gevolg van de toepassing van de regeling van de voorwaardelijke invrijheidstelling niet ten uitvoer is gelegd, voor deze periode alsnog moet worden ondergaan, te weten voor de duur van 242 dagen.