ECLI:NL:RBMNE:2024:3156

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
30 april 2024
Publicatiedatum
22 mei 2024
Zaaknummer
C/16/571893 / JL RK 24-197
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • M.M. Janssen - Witteveen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BWArt. 1:260 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling minderjarige kinderen wegens aanhoudende zorgen

De kinderrechter van Rechtbank Midden-Nederland heeft op 30 april 2024 besloten de ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen te verlengen tot 3 mei 2025. De kinderen wonen bij hun moeder en staan onder toezicht vanwege aanhoudende zorgen over hun welzijn en de moeizame communicatie tussen de ouders.

De gecertificeerde instelling (GI) verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. De kinderrechter oordeelde dat aan de wettelijke criteria van artikel 1:255 BW Pro is voldaan. De ouders slagen er niet in constructief te communiceren over belangrijke zaken zoals schoolkeuze en sportactiviteiten, wat stress veroorzaakt bij de kinderen.

De kinderen ontvangen hulpverlening van een vertrouwde hulpverlener, die recentelijk zelfstandig is begonnen. Zowel ouders als de GI ondersteunen het voortzetten van deze hulpverlening. De kinderrechter benadrukt het belang van continuïteit in de hulpverlening vanwege de loyaliteitsconflicten bij de kinderen.

De hulpverlening zal het komende jaar worden voortgezet en de ouders moeten werken aan betere informatiewisseling, waarbij het ouderschapsplan als leidraad dient. Bij een positieve ontwikkeling kan de hulpverlening volgend jaar in een vrijwillig kader worden voortgezet. Het hoger beroep kan binnen drie maanden worden ingesteld.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarige kinderen wordt verlengd tot 3 mei 2025 met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Almere
Zaaknummer: C/16/571893 / JL RK 24-197
Datum uitspraak: 30 april 2024
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
LEGER DES HEILS JEUGDBESCERHMING EN JEUGDRECLASSERING,
gevestigd te Lelystad, hierna te noemen: de gecertifieerde instelling (de GI),
over
[minderjarige 1],
geboren op [geboortedatum 1] 2011 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige 1] ,
[minderjarige 2],
geboren op [geboortedatum 2] 2016 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige 2] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats]
[de vader],
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in haar beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 1 maart 2024.
1.2.
De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 30 april 2024. Daarbij waren aanwezig:
- de vader;
- de moeder;
- mevrouw [A] en mevrouw [B] , namens de GI.

2.De feiten

2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .
2.2.
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen bij hun moeder.
2.3.
De kinderrechter heeft bij beschikking van 18 april 2024 de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verlengd tot 3 mei 2024.

3.Het verzoek

De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te verlengen voor de duur van een jaar, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

4.De beoordeling

4.1.
Op basis van de stukken en de mondelinge behandeling is de kinderrechter van oordeel dat is voldaan aan de wettelijke criteria genoemd in artikel 1:255 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW). De kinderrechter zal daarom de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verlengen voor de duur van een jaar (artikel 1:260, eerste lid, BW). Hieronder zal worden toegelicht hoe de kinderrechter tot haar oordeel is gekomen.
4.2.
De zorgen om [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn nog steeds aanwezig. Het lukt ouders niet om op een constructieve wijze met of over de kinderen te communiceren. Elke beslissing, waaronder de schoolkeuze voor [minderjarige 1] , de judo wedstrijden van [minderjarige 2] of een zorgpas, zorgt voor een strijd en daarbij voor stress bij de kinderen. Vader vindt dat hij door moeder niet voldoende op de hoogte wordt gehouden over hoe het met de kinderen gaat. Dit frustreert hem. Er zou een gezinsonderzoek bij Triade Vitree plaatsvinden, maar dit gaat niet door omdat partijen vastliepen bij het begin van het traject. De kinderen ontvangen hulpverlening bij [hulpverlener] , bij wie zij op hun plek zijn en in wie beide ouders veel vertrouwen hebben. [hulpverlener] werkte voor de organisatie [organisatie] maar is recentelijk voor zichzelf begonnen. Ouders (en [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ) willen graag dat de kinderen de hulpverlening van [hulpverlener] blijven ontvangen. De GI ondersteunt dat en is nu aan het onderzoeken of [hulpverlener] een contract met de gemeente [gemeente] kan krijgen. De kinderrechter wil benadrukken dat het belangrijk is dat de kinderen de hulpverlening bij [hulpverlener] kunnen blijven voortzetten. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben een vertrouwensband opgebouwd die zeer waardevol is voor hen vanwege de loyaliteitsconflicten die rond hen spelen. Het komende jaar zal de hulpverlening voor de kinderen worden voortgezet en moeten de ouders werken aan de manier van informatiewisseling over de kinderen. Het ouderschapsplan zal daarbij een leidraad zijn. Indien dit allemaal goed verloopt ziet de kinderrechter de mogelijkheid dat de hulpverlening vanaf volgend jaar in het vrijwillig kader kan worden voortgezet. Ouders staan achter de verlenging van de ondertoezichtstelling.

5.De beslissing

De kinderrechter:
5.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] tot 3 mei 2025;
5.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 30 april 2024 door mr. M.M. Janssen - Witteveen, kinderrechter, in aanwezigheid van W.P.J. Rubingh als griffier, en op schrift gesteld op
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
  • door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden.