ECLI:NL:RBMNE:2024:3169
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Schorsing sluiting bedrijfspand wegens onvoldoende bewijs voorbereidingshandelingen drugs
Verzoeker exploiteert een garagebedrijf in een bedrijfspand dat door de burgemeester voor twaalf maanden werd gesloten op grond van de Opiumwet, nadat bij een politieonderzoek een slakkenhuis werd aangetroffen. De burgemeester baseerde het besluit mede op een foto uit 2022 waarop vermoedelijk drugs in het pand te zien waren en eerdere aanwijzingen dat het pand in 2021 mogelijk betrokken was bij drugshandel.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de burgemeester niet bevoegd was tot sluiting op grond van de a-grond, omdat er bij de recente doorzoeking geen drugs zijn gevonden. Ook op de b-grond is sluiting niet gerechtvaardigd, omdat het slakkenhuis op zichzelf onvoldoende bewijs vormt dat het pand gebruikt wordt of zal worden voor het bedrijfsmatig telen van hennep. Bijkomende omstandigheden, zoals eerdere vondsten en brandstichtingen, bieden geen directe relatie met het slakkenhuis.
Verzoekster, echtgenote van verzoeker, wordt niet als belanghebbende erkend omdat zij geen contractuele relatie met het pand heeft. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening van verzoekster af, maar wijst het verzoek van verzoeker toe en schorst de sluiting totdat op het bezwaar is beslist. De burgemeester wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De sluiting van het bedrijfspand wordt geschorst totdat de burgemeester een besluit neemt op het bezwaar van verzoeker.