De zaak betreft een geschil over de wijziging van de verblijfplaats van een minderjarige die onder toezicht is gesteld en bij pleegouders verblijft. De pleegouders verzochten onder meer om toepassing van het blokkaderecht en het voorkomen van doorplaatsing naar een ander pleeggezin.
De kinderrechter oordeelt dat het blokkaderecht ex artikel 1:265i BW niet van toepassing is omdat de minderjarige nog geen jaar bij de pleegouders verblijft. Wel is er een andere wettelijke waarborg op grond van artikel 1:262b BW die het geschil over de uitvoering van de ondertoezichtstelling regelt.
De gecertificeerde instelling wilde de minderjarige doorplaatsen naar een crisisplek, wat de pleegouders betwisten. De kinderrechter acht het belang van het kind gediend bij verblijf bij de pleegouders vanwege het trauma en de hechtingsproblematiek en wijst de doorplaatsing af.
Er wordt benadrukt dat partijen beter moeten samenwerken en dat een duidelijk plan moet worden opgesteld over medicatie, therapie en schoolkeuze. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad en kan in hoger beroep worden aangevochten.