AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Belangenafweging en toewijzing exclusief gebruik woning tijdens echtscheidingsprocedure
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 8 maart 2024 gecombineerde verzoeken van partijen in een echtscheidingsprocedure betreffende voorlopige voorzieningen. De vrouw en de man, beiden met jonge kinderen, stelden elk belangen bij het gebruik van de woning en andere voorzieningen.
De rechtbank voerde een belangenafweging uit waarbij het belang van de vrouw zwaarder werd gewogen vanwege de continuïteit van de schoolgang van de kinderen en de woonomstandigheden. De man verbleef tijdelijk bij kennissen in een andere plaats en kon daar met de kinderen blijven, terwijl de vrouw naar haar ouders zou moeten verhuizen wat de schoolgang zou bemoeilijken.
Op grond hiervan werd de vrouw het exclusieve gebruik van de woning aan de Keiwierde 42 in Almere toegewezen en werd de man bevolen de woning te verlaten en niet meer te betreden. Verzoeken met betrekking tot een verstaansverplichting en gebruikersvergoeding werden afgewezen omdat deze niet onder de limitatieve opsomming van artikel 822 RvPro vallen en onvoldoende omstandigheden waren gesteld.
Ook het verzoek van de vrouw tot partneralimentatie werd afgewezen wegens onvoldoende stelling van behoeftigheid. De beslissing werd mondeling uitgesproken en vastgelegd in een proces-verbaal. Tegen de beslissing staat hoger beroep open binnen drie maanden.
Uitkomst: De vrouw krijgt het exclusieve gebruik van de woning toegewezen en de man moet deze verlaten.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Familierecht
locatie Lelystad
zaaknummer: C/16/571101 / FL RK 24-213
C/16/571262 / FL RK 24-222
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak als bedoeld in artikel 29a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering tijdens de zitting van 8 maart 2024
in de zaak met zaaknummer C/16/571101 / FL RK 24-213
[vrouw],
wonende in [woonplaats] ,
hierna te noemen: de vrouw,
advocaat mr. H. Hassan,
tegen
[man],
wonende in [woonplaats] ,
hierna te noemen: de man,
advocaat mr. E. Lucas.
in de zaak met zaaknummer C/16/571262 / FL RK 24-222
[man],
wonende in [woonplaats] ,
hierna te noemen: de man,
advocaat mr. E. Lucas,
tegen
[vrouw],
wonende in [woonplaats] ,
hierna te noemen: de vrouw,
advocaat mr. H. Hassan.
1.De procedure
1.1.
De verzoeken zijn besproken tijdens de mondelinge behandeling (zitting) van
8 maart 2024. Daarbij waren aanwezig:
de vrouw met haar advocaat en als tolk meneer A. Ben-Mohammed;
de man met zijn advocaat.
1.2.
De rechtbank heeft de zaken gecombineerd behandeld aangezien beide zaken zien op het treffen van voorlopige voorzieningen.
1.3.
Na afloop van de mondelinge behandeling heeft de rechter mondeling uitspraak gedaan. De beslissing en de gronden waarop deze is gebaseerd zijn hieronder weergegeven.
2.De beslissing
voor de duur van de echtscheidingsprocedure
De rechtbank
2.1.
bepaalt dat de vrouw is gerechtigd tot het uitsluitend gebruik van de woning aan de Keiwierde 42 in Almere, met bevel dat de man die woning moet verlaten en deze verder niet mag betreden;
2.2.
wijst het meer of anders verzochte af.
3.De gronden van de beslissing
3.1.
Bij het toewijzen van het gebruik van de woning dient de rechtbank een belangenafweging te maken. Beide partijen hebben jonge kinderen en stellen dat ze nergens anders heen kunnen. De man verblijft op dit moment bij kennissen in [plaats 1] . Hij heeft tijdens de zitting niet gemotiveerd gesteld dat hij daar niet met zijn kinderen kan verblijven. Zijn kinderen kunnen dan gewoon naar school blijven gaan in [plaats 1] . De vrouw zou eventueel met haar kinderen naar haar ouders kunnen. Dit is echter in [plaats 2] , waardoor de schoolgang van haar kinderen in [plaats 1] wordt bemoeilijkt. De rechtbank vindt om die reden dat het belang van de vrouw zwaarder weegt.
3.2.
Artikel 822 vanPro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kent een limitatieve opsomming. De rechtbank zal het verzoek met betrekking tot de verstaansverplichting, nu deze niet onder de opsomming valt, afwijzen. Ook het subsidiaire verzoek van de man met betrekking tot de gebruikersvergoeding valt niet onder de opsomming. Daarnaast heeft de man onvoldoende omstandigheden genoemd die een dergelijke gebruikersvergoeding rechtvaardigen.
3.3.
Het verzoek van de vrouw met betrekking tot de partneralimentatie zal de rechtbank afwijzen, omdat de vrouw onvoldoende heeft gesteld dat zij behoeftig is dan wel behoefte heeft aan partneralimentatie.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 8 maart 2024 door mr. M. Weistra, (kinder)rechter, in aanwezigheid van mr. I.R.S. Salomé, griffier, waarvan dit proces-verbaal is opgemaakt. Dit proces-verbaal is verzonden op 22 maart 2024.
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!
Tegen deze beslissing kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen.