Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 april 2024 in de zaak tussen
Stichting [eiseres] , uit [plaats] , eiseres
Inleiding
€ 702.000,- naar de waardepeildatum 1 januari 2020.
€ 714.000,- naar de waardepeildatum 1 januari 2020.
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de WOZ-waarde van twee onroerende zaken aan verschillende adressen in een plaats, waarbij de waarde was vastgesteld op € 644.000,-. Tijdens de zitting gaf eiseres aan dat de WOZ-waarde niet langer in geschil was, maar dat zij zich richtte op de Zuiveringsheffing Bedrijven voor een ander adres.
De rechtbank constateerde dat het bezwaar van eiseres uitsluitend betrekking had op de WOZ-waarde van de twee objecten en niet op de Zuiveringsheffing Bedrijven. Omdat geen bezwaar was gemaakt tegen deze heffing, was deze in rechte onherroepelijk geworden. Het beroep tegen de aanslag Zuiveringsheffing Bedrijven werd daarom niet-ontvankelijk verklaard.
Daarnaast trok eiseres het verzoek om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn in, zodat de rechtbank dit verzoek niet behandelde. De uitspraak op bezwaar blijft daarmee in stand en eiseres krijgt geen gelijk in haar beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag Zuiveringsheffing Bedrijven wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van tijdig bezwaar.