Op 27 mei 2024 heeft de rechtbank Midden-Nederland een beslissing genomen in het strafrechtelijk onderzoek Lucifer. De verdediging had een onderzoekswens ingediend om het Openbaar Ministerie te verplichten een overzichtsproces-verbaal op te stellen, hetgeen door het OM werd toegezegd. Hierdoor neemt de rechtbank geen verdere beslissing over deze onderzoekswens.
Met betrekking tot de voorlopige hechtenis is vastgesteld dat de gronden voor bewaring en gevangenhouding nog bestaan, behalve de onderzoeksgrond die is vervallen omdat het OM de voorlopige hechtenis niet langer noodzakelijk acht voor het aan de dag brengen van de waarheid. Voor feiten 1 tot en met 5 zijn er voldoende ernstige bezwaren, conform de motivering van de raadkamer en rechter-commissaris.
Voor feit 6 (deelonderzoek Veste) heeft de verdediging verzocht de voorlopige hechtenis op te heffen wegens gebrek aan ernstige bezwaren. Het OM verzet zich hiertegen op basis van contacten van verdachte met een vermoedelijke schutter en andere aanwijzingen, waaronder DNA op een aansteker en zoekopdrachten op een laptop. De rechtbank oordeelt echter dat het bewijs onvoldoende sterk is om ernstige bezwaren aan te nemen voor medeplichtigheid aan de moorden zoals ten laste gelegd.
De rechtbank overweegt dat de TCI-informatie niet als bewijs kan worden gebruikt en dat de overige omstandigheden, zoals de zoekopdrachten en DNA-sporen, op zichzelf en in samenhang onvoldoende zijn. Ook wordt verwacht dat er op korte termijn geen nieuwe relevante informatie zal komen. Daarom wordt het verzoek van de verdediging toegewezen en wordt de voorlopige hechtenis voor feit 6 opgeheven.