ECLI:NL:RBMNE:2024:3276
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in wrakingsverzoek en oplegging wrakingsverbod wegens procedurele misbruik
Verzoekster heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de behandelend rechter in een civiele hoofdzaak, nadat een eerder wrakingsverzoek ongegrond was verklaard en zij hiertegen hoger beroep had ingesteld. De wrakingskamer oordeelt dat het nieuwe wrakingsverzoek niet-ontvankelijk is omdat het enkel verwijst naar het hoger beroepschrift tegen de eerdere wrakingsbeslissing en een brief van de griffier, zonder gemotiveerd aan te tonen waarom de rechter vooringenomen zou zijn.
Het wrakingsverzoek wordt niet als verkapt rechtsmiddel gezien, en er staat geen rechtsmiddel open tegen een wrakingsbeslissing. De wrakingskamer ziet aanleiding om een wrakingsverbod op te leggen omdat verzoekster zowel hoger beroep heeft ingesteld tegen de wrakingsbeslissing als een tweede ongemotiveerd wrakingsverzoek heeft ingediend, wat de voortgang van de procedure belemmert.
De wrakingskamer besluit verzoekster niet-ontvankelijk te verklaren, het wrakingsverbod op te leggen en de procedure in de hoofdzaak voort te zetten in de stand van schorsing. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Verzoekster wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar wrakingsverzoek en er wordt een wrakingsverbod opgelegd wegens misbruik van het wrakingsmiddel.