ECLI:NL:RBMNE:2024:328
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering na start zelfstandige activiteiten
Eisers ontvingen een bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet (Pw). Verweerder trok deze uitkering bij besluit van 27 oktober 2022 in met ingang van 1 juli 2022 en vorderde terug over de periode 1 juli tot en met 30 september 2022. Eisers maakten bezwaar en stelden dat zij pas vanaf 15 juli 2022 werkzaamheden als zelfstandigen verrichtten, onder meer omdat zij het gehuurde pand pas op 15 juli betrokken en het bedrijf op 5 augustus openging.
De rechtbank concludeert dat de administratieve handelingen zoals koop en inschrijving bij de Kamer van Koophandel onvoldoende bewijs zijn dat eisers al per 1 juli als zelfstandigen werkten. De winst- en verliesrekening over juli tot en met september 2022 toont omzet, maar de rechtbank acht de verklaring dat omzet in juli leningen betrof niet aannemelijk. De rechtbank acht aannemelijk dat de werkzaamheden pas vanaf 15 juli 2022 zijn gestart, wat de datum is waarop eisers als zelfstandigen moeten worden aangemerkt.
Verder oordeelt de rechtbank dat verweerder onvoldoende is ingegaan op de persoonlijke omstandigheden van eisers en het contact met Bureau Zelfstandigen, waardoor het terugvorderingsbedrag mogelijk onnodig hoog is. Het bestreden besluit lijdt aan motiveringsgebreken en wordt vernietigd. Verweerder krijgt zes weken om een nieuw besluit te nemen, waarbij ook de terugvorderingsperiode opnieuw moet worden beoordeeld. Het griffierecht wordt aan eisers vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering per 1 juli 2022 wordt vernietigd.