Uitspraak
1.De zaak in het kort
2.De procedure
- de producties van [gedaagde] ,
- de mondelinge behandeling van 8 mei 2024, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt.
Rechtbank Midden-Nederland
In deze kortgedingprocedure vordert de verhuurder ontruiming van een woning en betaling van een huurachterstand van vier maanden door de huurder. De huurder voert aan dat zij de achterstand kan voldoen na ontvangst van een erfenis, maar dit leidt niet tot uitstel van ontruiming.
De kantonrechter benadrukt dat ontruiming een ingrijpende maatregel is die terughoudend moet worden toegepast, maar constateert dat de omvang van de huurachterstand toewijzing rechtvaardigt. De ontruimingstermijn wordt verlengd tot drie weken om de huurder gelegenheid te geven alsnog te betalen.
De verhuurder is een natuurlijk persoon die de woning als belegging heeft gekocht, waardoor sprake is van bedrijfsmatige verhuur aan een consument-huurder. De kantonrechter toetst ambtshalve de consumentenbeschermende bepalingen en vernietigt geen bepalingen over incassokosten of rente.
De huurder wordt veroordeeld tot betaling van €4.455 aan achterstallige huur tot april 2024, €1.485 per maand huur vanaf mei 2024 tot ontruiming, €570,50 aan buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente. Tevens moet zij de proceskosten betalen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De gevorderde ontruiming en betaling van huurachterstand en bijkomende kosten worden toegewezen met een ontruimingstermijn van drie weken.