Eiser heeft bij de minister van Financiën een verzoek ingediend op grond van de Algemene verordening gegevensverwerking (AVG) om inzage in zijn persoonsgegevens die verwerkt zijn in de Fraude Signalering Voorziening (FSV). Na een besluit van de minister en meerdere meldingen van eiser over vermeende nadelige gevolgen van deze registratie, stelde eiser de minister in gebreke en diende beroep in tegen het uitblijven van een besluit over een lopend onderzoek.
De rechtbank oordeelt dat de bestuursrechter niet bevoegd is om van dit geschil kennis te nemen, omdat de meldingen van eiser niet kwalificeren als een aanvraag in de zin van artikel 1:3, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Er is geen publiekrechtelijke rechtshandeling waar de minister wettelijk toe gehouden is, zodat geen besluit in bestuursrechtelijke zin is genomen of uitblijft.
De rechtbank benadrukt dat als eiser duidelijkheid wil over de verwerking van zijn persoonsgegevens, hij daarvoor een afzonderlijk AVG-verzoek moet indienen. De bestuursrechter kan niet oordelen over de voortgang of duur van het onderzoek; dit kan eventueel civielrechtelijk worden aangevochten.
Als gevolg van de onbevoegdheid van de bestuursrechter wordt het betaalde griffierecht aan eiser terugbetaald. Er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken.