ECLI:NL:RBMNE:2024:337
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.R. van Es- de Vries
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen WOZ-waarde woning in Utrecht
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning in Utrecht, die door de heffingsambtenaar is vastgesteld op €282.000,- voor het belastingjaar 2022. Eiser stelde een lagere waarde van maximaal €229.000,- voor en voerde aan dat de onderhoudstoestand en het voorzieningenniveau van de woning onder het gemiddelde liggen. Tevens stelde hij dat de heffingsambtenaar ten onrechte had gesteld dat hij geen foto’s had ontvangen.
De rechtbank heeft het beroep behandeld op zitting en beoordeelt of de heffingsambtenaar de waarde niet te hoog heeft vastgesteld. De heffingsambtenaar heeft een taxatiematrix overgelegd waarin de woning is vergeleken met drie vergelijkbare woningen in dezelfde plaats, waarbij verschillen in gebruiksoppervlakte en kavelgrootte zijn gecorrigeerd. De rechtbank acht de onderbouwing voldoende en concludeert dat de waarde niet te hoog is vastgesteld.
De stelling van eiser dat de onderhoudstoestand en het voorzieningenniveau onder het gemiddelde liggen, wordt niet gevolgd. De foto’s zijn onvoldoende overtuigend om af te wijken van de gemiddelde waardering. De rechtbank oordeelt ook dat de heffingsambtenaar de foto’s in bezwaar wel degelijk heeft ontvangen en beoordeeld. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
De rechtbank wijst het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn af, omdat de termijn van twee jaar voor bezwaar en beroep niet is overschreden. Wel wordt het betaalde griffierecht van €50,- aan eiser vergoed. De uitspraak is gedaan door rechter J.R. van Es- de Vries op 29 januari 2024.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €282.000,- wordt ongegrond verklaard en het griffierecht wordt vergoed.