ECLI:NL:RBMNE:2024:3383
Rechtbank Midden-Nederland
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering gevangenhouding en opheffing voorlopige hechtenis verdachte
Op 5 april 2024 is tegen de verdachte een bevel tot bewaring verleend. De officier van justitie vorderde vervolgens de verlenging van de gevangenhouding voor een periode van 30 dagen. De rechtbank heeft het strafdossier bestudeerd en zowel de officier van justitie, de verdachte als diens raadsman gehoord.
Hoewel het dossier aanwijzingen bevat voor de betrokkenheid van de verdachte bij het strafbare feit, acht de rechtbank deze aanwijzingen op dit moment onvoldoende sterk om te kunnen spreken van ernstige bezwaren. Dit betekent dat de wettelijke vereisten voor voortzetting van de voorlopige hechtenis niet zijn vervuld.
Daarom besluit de rechtbank de vordering van de officier van justitie af te wijzen en het bevel tot voorlopige hechtenis met onmiddellijke ingang op te heffen. Deze beslissing is genomen in raadkamer op 18 april 2024 door de voorzitter en twee rechters van de rechtbank Midden-Nederland.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot verlenging van de voorlopige hechtenis af en heft het bevel tot voorlopige hechtenis op.